Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nee — wacht daar, is er dat niet een?"

„Ja — waarachtig. — Vooruit — naar de stelling."

Want het machinegeweer gaf altijd den doorslag. Begon dit zijn kloppend geluid te laten hooren, dan was de aanval ernstig.

Maar nauwelijks hadden we, moeilijk door het struikgewas ons een weg banend, een tiental meters afgelegd of de Duitsche

officier stond stil.

,Hoor je het?" vroeg hij en wees in de lucht

Hoog boven ons hoofd floten de kogels. Doch dra werd het fluiten schriller en korter en plotseling klonk een hard floepend geluid vlak bij, gevolgd door een harden slag tegen den muur naast ons, waarvan kalk en gruis ons om de ooren vloog. „Doe je lantaarn uit", riep hij.

Doch de kalk bleef rechts en links van ons uit den muur slaan. In onze witte kleedij boden we een göed mikpunt voor wie daar uit de huizen op ons schoten.

„Verdammt", vloekte hij, „als we de kerels te pakken krijgen!" En in het struikgewas verscholen, bespiedden we de huizen, de witte huizen met gesloten latjesluiken, die schijnbaar onbewoond en zonder leven opstonden tegen de helling in den donkeren nacht. Beneden in de vlakte raasde het geweervuur, onafgebroken, alsof machtige houten ratels snel werden gedraaid. In de stad klonken hier en daar schoten, zag men, in net schaarsche ücht, gewapende mannen door de straten en over de pleinen rennen. Om ons, in het struikgewas, takken en bladeren afrukkend, tegen den muur, kalk en steenen losstuivend, sloegen de kogels in, zonder dat we konden merken uit welk huis, uit welk raam ze kwamen. Nu we ons schuil hielden, vielen de schoten verder en verder van het doel af en ten slotte Stonden we op, renden de helling op, waar een batterij met zware slagen reeds te vuren begon. In de duistere vlakte lichtten telkens even de springpunten der granaten op. 100

Sluiten