Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langs stations, die even als lichte strepen voorbij stoven, langs dorpen en steden, die sliepen, schaarsch verlicht, in den kouden winternacht. Tot in den grauwen ochtend de trein plotseling stilhield in een klein station, waar het wemelde van ha veloozen, beladen met groote pakken, amper gekleed. Vrouwen en mannen in nachtgewaad, een deken, een mantel omgeslagen, huilende kinderen op bloote voeten, in hun nachtpon sidderende van koude in den feilen wint er wind. En terwijl wij daar stonden, kwam een andere trein binnen, en nog een, tot de geheele lijn verstopt was en het kleine station krioelde van de schamele vluchtelingen, die schreeuwden en jammerden dooreen, die verkleumden in hun lichte kleedij, waaronder vrouwen en mannen, die in halven waanzin riepen om hun kinderen, hun bloedverwanten, die ze verloren hadden. Het was een nachtmerrie, als een koortsdroom, die drom van ongelukkigen.

Enkele mannen naderden onzen wagon, vroegen om tabak en vertelden: Palmi was verwoest en Bagnara, en ook Sculla moest in puin liggen. Porto Venere had minder geleden. Het was opeens gebeurd, midden in den nacht. Een korte stoot en daarop een krachtige beving, die de gevels uit elkander rukte, vloeren deed splijten, daken deed storten ineen.

De lijn kwam weer vrij en wij reden verder, langzaam, steeds langzamer, al meer treinen met havelooze vluchtelingen ontmoetend, tot wij tegen het vallen van den avond in Palmi aankwamen. Moeizaam klommen wij den berg op, waar olijfboomen zich schaarden ter weerszijden van den modderigen weg en toen zagen wij de eerste verschrikking van een lange reeks. Ineengezakt lagen de huizen der patriciërs, de huizen in de deftige straat van het stadje, tegen elkaar. Gevels waren voorover gestort, hadden de straat bedekt met een hooge laag puin, waaruit raamkozijnen, zonneluiken, ijzeren balkonhekken uitstaken. Hier en daar versperde een dakkap den weg, hing een 122

Sluiten