Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sende walmende fakkel. Buiten gekomen viel een man op den grond: „Ik kan niet meer", klaagde hij. „Maar laat me niet liggen. Wacht op me. Ik moet mee naar Messina. Ik moet zien of het waar is, wat ze zeggen."

„Het is natuurlijk waar," zei een ander. „Je ziet dat alles naar de weerga is. Alles ligt tegen de vlakte. Waarom Messina niet?"

„Nee, nee", kreunde de man op den grond. „Ik wil het niet gelooven. Messina is een groote stad, geen rot klein dorpje van leemen huizen. Messina is stevig. En het ligt aan den anderen kant van het water. De aardbeving kan er misschien niet eens gekomen zijn".

„Daar heeft hij nu weer gelijk in", meende een derde. „Je hebt kans, dat de boel er nog staat".

„Hij moet er staan!" schreeuwde opeens de man op den

grond, hartstochtelijk. „Hij moet er staan. Als. groote

God.... als mijn vrouw en mijn kinderen.... als ik ze niet weerzie, als ze dood zijn.... dan.... dan bega ik een moord, dan steek ik jullie allemaal door je verdommenis 1" Wild kreet hij het uit, de hartstochtelijke bedreiging die bij dezen zuiderling ernst was.

Weer gingen wij verder en langzaam strompelde de moede, gebroken man achter ons aan. Nog enkele oogenblikken en opeens, bij een kromming der spoorlijn, lag de Straat van Messina voor ons.

Zoeklichten van oorlogschepen, witte smalle straalbundels, staken door de lucht, schoten met plotselinge wendingen heen en weer, verlichtend de kust en de andere schepen. Helder stonden de lichte patrijspoorten uit de donkere rompen op, spiegelden met duizend schitteringen in het water. Hoog tegen den maanhelderen hemel laaide een rosse vuurzuil: Messina, dat brandde.

Zwijgend, als plotseling verstard, stonden de mannen en 126

Sluiten