Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij proeven op dieren bleek het, dat beleediging van dit orgaan onzekere bewegingen tengevolge heeft: tuimelen, in 't rond draaien, enz.

Ook in 't donker en met gesloten oogen worden ons de stand en houding onzer ledematen, zoo ook de richting, vlugheid en uitgebreidheid der bewegingen er mee nauwkeurig bewust; ook zonder er naar te zien, kunnen die bewegingen stipt worden uitgevoerd.

Het zijn de bewegingsgew., die ons daartoe in staat stellen. Ze komen tot stand door een samenwerking van drukgew. in de gewrichten en de huid met gew., die ontstaan door prikkels in de bewegende spieren, en die ons 't gevoel van krachtsinspanning geven.

Deze ontstaan door prikkeling van zenuweinden in de inwendige organen, veroorzaakt door de processen van de ademhaling, voeding, bloedsomloop, enz. 't Zijn in hoofdzaak complexen van druk-, temper.- en pijngew., en ze verstrekken ons gegevens omtrent onze lichamelijke gesteldheid.

Bij 't krijgen van licht- en kleurgew. hebben we tevens 't besef, dat de prikkels afkomstig zijn van de een of andere plaats in de ruimte, alsmede van welke plaats.

Dat we de dingen opvatten als te zijn in de ruimte, is waarschijnlijk een aangeboren wijze van waarnemen, zooals het blauw zien van alles door een blauwe bril ook ligt aan de manier van waarnemen en niet aan de omgeving; dat we ook 'weten, Waar ze zich in de ruimte bevinden, berust echter op gewaarwordingen.

Bij het zien van vlakke afstanden, moeten er allerlei oogbewegingen worden uitgevoerd. De verschillen tusschen die bewegingen geven ons volgens de empiristen de indrukken van hooger en lager, van links en rechts, enz. Het zien van vlakke ruimteafstanden zou dus op bewegingsgew. berusten.

Er is ook nog een zien van cfiepfeafstanden. De empiristen wijzen op 't feit, dat we bij 't schatten rekening houden met de schijnbare grootte der geziene dingen, met 't vervloeien en verblauwen van omtrekken en kleuren in de verte, met de oversnijding van omtrekken en met schaduwtinten. Het zijn dus licht- en kleur- en bewegingsgew., die ons de dieptegegevens verstrekken.

Het zien van diepte gaat met beide oogen beter dan met een, wat uit een eenvoudig proefje blijkt; men probeere op eenigen afstand van de oogen twee potloodpunten elkaar te doen aanraken, of een draad in de naald te doen, eerst met beide oogen open, dan met één.

7. bewegingsgew.

8. orgaangew.

9. gezichtsruimtegew.

Sluiten