Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. tast ruimte gew.

11. tijdgew.

De nativisten beweren, dat alle gezichts- (en ook de meeste andere) gewaarwordingen op zichzélf en oorspronkelijk reeds een ruimtelijk karakter hebben; ook zónder de ervaring door de licht- en kleur- en bewegingsgewaarwordingen zouden we dus directe gegevens hebben omtrent de plaats vanwaar de prikkels

afkomstig zijn. ...

We hebben twee netvliesbeelden en zien toch maar een voorwerp; dit komt, doordat prikkeling van twee overeenkomstige punten der netvliezen maar één gewaarw. geeft.

Dat het netvliesbeeld omgekeerd is en we de dingen toch rechtop zien, behoeft ons niet te verwonderen, daar de prikkeling van 't netvlies maar een aanleiding tot zien is en t beeld met als zoodanig naar de hersenen overgaat. We kunnen dus niet aannemen, dat jonge kinderen alles op den kop zien.

Van twee even lange lijnen wordt de verticale langer geschat dan de horizontale. Men heeft daarvoor twee verklaringen: de op- en neergaande oogbewegingen gaan iets moeilijker dan de heen- en weergaande; maar ook zien we een verticale lijn vaak als een rechten diepteafstand voor ons; we willen dus een correctie aanbrengen, door deze lijn voor langer te houden dan ze schijnt. Van een vierkant teekent men dus onwillekeurig de staande zijden te kort. .

Gevulde afstanden worden langer geschat dan niet gevulde als we van twee even lange lijnen de eerste door een aantal streepjes hv deelen verdeelen, dan lijkt die langer, doordat het oog telkens even moet rusten.

De ruimtegegevens zijn niet alleen t gevoig van «»^^ maar ook van tastgew. We kunnen ook met gesloten oogen door 't betasten van de dingen om ons heen afstanden schatten. Blinden kennen met groote nauwkeurigheid grootte, vorm en stand der omringende voorwerpen. Geopereerde blinden zien wel verschil tusschen een cirkel en een kwadraat, maar ze moeten ze eerst betasten, voor zij ze juist kunnen benoemen. Bi, zienden zijn de ruimtegegevens van den gezichts- en den tastzuv innig verbonden; als we met gesloten oogen een voorwerp betasten, dan hebben we er toch ook nog een gezichtsbeeld van.

Met het gehoor kunnen we ook de plaats schatten, vanwaar een geluid komt, doch daarbij hebben dikwijls grove vergissingen plaats.

Dat alles wordt opgevat als te zijn in den tijd, is evenals het zijn in de ruimte waarschijnlijk een aangeboren wijze van

^Wewe^ten echter ook, wanneer in den tijd we iets ervaren; we kunnen ook tijdsafstanden schatten, en hebben begrip van heden, verleden en toekomst, van een dag, een uur, enz.

Sluiten