Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nativisten nemen nu het bestaan van zelfstandige tijdgew. aan, terwijl de empiristen beweren, dat de tijdgegevens door de andere gewaarw. tot stand komen. Hoe meer de opmerkzaamheid gespannen is, des te langer schijnt ons de tijd; het wachten valt lang. Hoe meer gebeurtenissen in een bepaalden tijd, hoe korter schijnt deze te zijn. In de herinnering is de meest gevulde tijd echter de langste. Hoe meer de aandacht wordt afgeleid, hoe gauwer de tijd omvliegt, we merken dat, als we prettig gezelschap hebben.

Met de opmerkzaamheid staan dus de tijdgegevens in nauw verband. De nativisten nemen als tijdprikkel aan de lichamelijke functie, waardoor de opmerkzaamheid tot stand komt, terwijl er maar één soort tijdgew. is, nl. die van het oogenblik.

De empiristen beschouwen de tijdgegevens als veroorzaakt door de gezichts-, gehoors-, bewegings- en andere gewaarwordingen; hoe grooter 't aantal van deze in een bepaalden tijd, hoe langer schijnt die, bij gespannen opmerkzaamheid.

Zeer zwakke prikkels geven geen gewaarwordingen; als de prikkel toeneemt in sterkte, dan wordt de intensiteit van de gew. ook grooter; is echter een zekere sterkte bereikt, dan kan die niet meer toenemen.

Hoe sterker een prikkel is, hoe meer moet er in verhouding bij, om een nog sterkere gew. te geven. Als gewichten van 10 en 11 gram nog juist te onderscheiden zijn, dan kan er tusschen die van 60 en 64 gram nog geen verschil worden gevoeld, wel tusschen die van 60 en 66. Als 100 en 101 kaarsen een nog juist merkbaar verschil in lichtsterkte geven, dan moet er na een sterkte van 600 kaarsen een van minstens een van 606 komen, om weer verschil te constateeren.

Een zwakke gewaarw. wordt door een sterke nog meer verzwakt en een sterke wordt door een zwakke nog meer versterkt. De zwakke geluiden hooren we overdag niet, doordat er zooveel sterkere zijn. Als we van koud water in lauw gaan, dan voelt dit warm; gaan we van heet in lauw, dan voelt dit koud. Bij 't opkomen van de zon verbleeken de sterren.

De gevoeligheid voor prikkels, die blijven aanhouden, kan geheel afstompen. Bij 't dragen van een blauwe bril wordt de omgeving al gauw niet meer blauw gezien; de stank van 't vuile water wordt door de bewoners van de aangrenzende huizen spoedig niet meer waargenomen; de machinist hoort het geraas van de machine niet meer; de druk van onze kleeren wordt al gauw onmerkbaar.

Soms wordt een zwakke prikkel eerder bewust dan een sterke. De moeder hoort b.v. wel het zwakke kreunen van haar kindje, maar wordt niet wakker van den storm, die buiten raast. We kunnen alzoo aan bepaalde prikkels aangepast zijn.

Algemeene

eigenschappen.

Sluiten