Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toedient, wat hij door weigering of leelijke gezichten duidelijk te kennen geeft.

Dit overtuigingsgevoel met de bevestiging of ontkenning nu zijn de kenmerken van een oordeel. De overtuiging kan zijn een volledige zekerheid, maar ook een vermoeden of twijfel.

Een oordeel moet noodzakelijk aan een voorstelling verbonden zijn; het is echter volstrekt niet altijd de verbinding tusschen 2 of meer voorstellingen, zooals wel eens wordt beweerd, ofschoon dat geval veel voorkomt. Als ik zeg: 't Regent, of roep: Moord! dan oordeel ik, maar verbind niet twee of meer voorstellingen.

Oordeelen zonder taalvorm heeft niet alleen bij zeer jonge kinderen doch ook bij volwassenen plaats; bij intuïtief handelen toch, b.v. in zeer gevaarvolle oogenblikken, kunnen we oordeelen, zonder in woorden te denken.

Wanneer echter de taalvorm bestaat, dan is dat altijd een zin in de aantoonende wijs, die ook elliptisch kan zijn: De tafel is rond. Ik kom niet. Hij is misschien ziek. Brand I

Oordeelen ontstaan door ervaring: de steen zinkt in 't water; door bewijsvoering: de oppervlakte van een driehoek is basis maal halve hoogte; door suggestie: Van Houtens cacao is de beste; door aandoeningen: hij zal wel verongelukt zijn; hij zal wel geslaagd zijn. In 't laatste geval vermoedt men, wat men vreest of hoopt. Heel wat oordeelen bij de studie berusten niet op ervaring en bewijsvoering, maar op mededeelingen van leeraren of schrijvers van studieboeken.

Bij het oordeelen is er altijd een geestelijke activiteit, die we opmerkzaamheid noemen; deze kan willekeurig en onwillekeurig zijn. In 't eerste geval dwingen we ons zelf tot opmerken; zoo b.v. als we een minder aangenaam gedeelte der studie volbrengen, omdat het moet. In 't laatste geval wordt onze aandacht getrokken, b.v. door een geluid, een vreemd luchtverschijnsel, een boeiende voordracht; hier is dus de natuurlijke belangstelling, die in 't eerste geval ontbreekt.

Het aantal voorstellingen, dat tegelijk door de opmerkzaamheid getroffen kan worden, bedraagt, als ze van enkelvoudigen aard zijn, (zooals letters, cijfers, stippen, streepjes) ongeveer 6.

De opmerkzaamheid is spoedig moe; ze kan niet langer dan 3 tot 8 seconden onafgebroken op dezelfde zaak gericht blijven.

Vooral bij kinderen en onbeschaafde volwassenen gaat de opmerkzaamheid gepaard met zekere lichamelijke verschijnselen: fronsen van 't voorhoofd, sneller en minder diep ademhalen, bevestigend of ontkennend hoofdknikken, openen van den mond. Men kan ze min of meer leeren beheerschen.

Opmerkzaam heid.

Een besluit is een oordeel, dat uit andere wordt afgeleid.

Besluit.

Sluiten