Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemengde aand.

uitdrukkingsverschijnselen.

stoffen.

Wilsverschijnselen.

de wil.

motief.

overweging, besluit.

Na lang gemis en bij tegenstelling is de aand. echter sterker. Na een ernstige ziekte genieten we onze gezondheid veel meer; na veel trieste dagen vroolijkt een zonnige dag ons dubbel op; een onverwacht sterfgeval treft ons dieper dan een, dat lang te voorzien was.

Er zijn enkele aand., waarbij zoowel een element van behagen als van onbehagen is, zooals bij weemoed; we denken aan het mooie van voorheen en voelen het droevige van 't gemis nu.

De meeste aand. gaan gepaard met uitdrukkingsverschijnselen: schreien, lachen, opspringen, vuistballen, blozen, verbleeken. Men kan ze voor een deel leeren beheerschen, en door ze te bedwingen of te bevorderen, kan invloed op de aand. worden uitgeoefend. Flink uitschreien bij smart geeft verlichting; godsdienstige plechtigheden en handelingen verhoogen de vrome stemming; krijgsdansen maken de wilden steeds opgewondener; de huilebalken maakten de bedroefdheid grooter; aan ongeloovigen, die gaarne zouden willen gelooven, heeft mén wel eens den raad gegeven, om althans maar met bidden en 't volgen van godsdienstige gebruiken te beginnen.

Alleen 't zien van aand. bij anderen kan ze ook al bij ons verwekken; lachen en schreien zijn aanstekelijk.

Bij droefheid kan men constateeren: vernauwing van de bloedvaten, verzwakking van den hartslag en de ademhaling en verminderde werkzaamheid der willekeurige spieren; bij vreugde en toorn is het tegengestelde 't geval.

Bepaalde stoffen hebben een constante werking op de aandoeningen. Alcohol maakt opgewekt, vroolijk; opium maakt zalig en broomkali rustig.

\xr_ ui nnc iVtQ Tiorinnpren. aandoeninaen

VV C W lilt 11 WaOLUtUltu, vw *-wvw — — • «

hebben. Een voorstelling kan dus gepaard gaan met een wilsverschijnsel. ofschoon dat volstrekt niet altijd het geval is. Als men spreekt van den wil, dan is dit een verzamelnaam voor alle wilsver%chijnselen.

We willen in den regel aandoeningen van behagen hebben en van onbehagen vermijden.

De voorstelling van 't begeerde met de daaraan verbonden aandoening wórdt een motief genoemd. Er kunnen meerdere motieven zijn, die overeenkomstig of tegenstrijdig werken. In 't eerste geval volgt het wilsbesluit spoedig; in het laatste heeft er een overweging plaats, die langer of korter kan duren ; eindelijk overwint het- sterkste motief en volgt het besluit. Wordt dit eenigen tijd opgeschort, dan kunnen er door nadere overweging en gesprekken met anderen, nieuwe-motieven komen, waardoor de schaal naar een der zijden overslaat.

Sluiten