Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neuronen, waardoor innige verbindingen tot stand komen. De cellen der hersenen liggen meest aan de oppervlakte en vormen de hersenschors.

De neuronen worden onderscheiden in aanvoerende, afvoerende en verbindende. De eerste leiden prikkels van de eindpunten naar de centrale deelen; de tweede omgekeerd van de centra naar de bewegingsorganen; de derde brengen verbindingen tot stand tusschen de eerste twee. Ik zie een glas water; de aanvoerende neuronen zorgden voor de geleiding der lichtprikkels naar de hersenen; ik wil drinken; de afvoerende neuronen prikkelen de bewegingsspieren, waardoor ik 't glas aanpak en 't water opdrink. In de hersenen zorgden de verbindende neuronen voor het contact.

Het is vooral de hersenschors, die in het geestelijk leven een groote rol speelt. Door allerlei proeven op dieren en ervaringen bij patiënten is men tot de wetenschap gekomen, dat bepaalde deelen der schors in 't bijzonder betrekking hebben op bepaalde geestelijke verrichtingen. Men weet met vrij groote zekerheid de plaatsen te bepalen, vanwaaruit bepaalde spierbewegingen worden beheerscht, en die, welke in functie zijn bij 't hooren, 't zien, enz. Toch is er nog geen algeheele overeenstemming over alle gebieden; men heeft ook geconstateerd, dat bij beschadiging en verwoesting van bepaalde deelen zekere functies verteren gingen, doch later toch weer hersteld waren, zonder dat de betreffende schorsdeelen waren hernieuwd. Daaruit volgt, dat de functies niet Uitsluitend aan bepaalde deelen der schors zijn gebonden, doch ook door andere deelen kunnen worden verricht en overgenomen.

Er zijn een paar eigenaardige ziektegevallen, veroorzaakt door beschadiging van bepaalde schorsplekjes; de patiënt is woordenblind, als hij letters en woorden wel ziet, maar niet herkent. Woordendoof is hij, als hij wel kan hooren, maar de gesproken woorden niet begrijpt. Ook deze gevallen kunnen genezen, doordat andere hersendeeltjes de functie overnemen.

Zoo is het ook niet waarschijnlijk, dat voor elke voorstelling een bepaalde cel is gereserveerd. Evenals we met onze vingers allerlei sóórten van werk kunnen verrichten, zullen we met de hersencellen ook allerlei geestelijk werk kunnen doen.

Bij proeven op dieren bleek, dat de aandoeningen volstrekt niet aan bepaalde schorsdeelen zijn gebonden; zoolang er nog maar een stukje gezonde schors is, zijn er ook nog aandoeningen. Het willen schijnt ook volstrekt niét in een afgebakend schorsgedeelte te zetelen.

Bij een hond werden de groote hersenen weggenomen; het dief had geen geheugen meer; evenwel leerde het wel weer enkele dingen door de ervaring. Het bleek dus, dat ook dit vermogen niet uitsluitend aan dat gedeelte der hersenen gebonden is.

De schors der groote hersenen speelt echter een zeer voor*

hersenschors.

gebieden.

woordblindheid.

woorddoofheid.

geheugen.

Sluiten