Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de bewustzijnen van levenden, die het oogenblikkelijk be* wustzijn van de aarde mee vormen.

Evenals de verdwenen voorstellingen vooral met verwante voorstellingen (zie associatie) weer in verbinding treden, zoo zal het bewustzijn van gestorvenen ook met dat van verwante personen (familie en vrienden) weer 't gemakkelijkst vereenigd kunnen worden.

Is het enkel de aarde, die bewustzijn heeft? Waarom ook niet de andere hemellichamen? Eenmaal in deze lijn redeneerende, komt men tot het aannemen van een wereldbewustzijn, dat ten slotte het groote geestelijk geheel is, waarvan alle persoonlijke bewustzijnen de onderdeeltjes zijn. Kan men dit wereldbewustzijn vereenzelvigen met God? En wordt het zoo waar, dat de mensch naar Gods beeld is geschapen, en dat wij leven in God? Vele geloovigen staan op een ander standpunt; zij hebben behoefte aan een anderen God en kunnen dien niet met het wereldbewustzijn vereenzelvigen.

wereldbewus^ zijn.

Men kan hieronder verstaan hetzelfde als wat met ons bewustzijn en onderbewustzijn wordt aangeduid, dus de bewustzijnsverschijnselen en hun werking.

Maar ook wordt er een geestelijk wezen mee bedoeld, dat de drager is van die bewustzijnsverschijnselen.

De christelijke wijsbegeerte neemt aan, dat ons stoffelijk lichaam wordt bezield door een onstoffelijke ziel, die na den dood voort blijft leven, dus onsterfelijk is. Bij de geboorte schept God de ziel, in verband met 't geslacht waaruit 't kind wordt geboren.

Voor 't waarnemen maakt de ziel gebruik van de zintuigen en 't centrale zenuwstelsel; het logisch denken en zedelijk willen wordt evenwel zonder hulp van de stof volbracht.

De zielen van planten en dieren leven niet voort na den dood; deze wezens kunnen ook niet logisch denken en zedelijk willen; de mensch kan daarom volgens deze leer ook onmogelijk uit het dier zijn voortgekomen.

Omtrent de verhouding van de stoffelijke tot de geestelijke verschijnselen zijn er verschillende wereldbeschouwingen. Het dualisme neemt aan, dat beide bestaan en invloed op elkaar uitoefenen. Er zijn stoffelijke lichamen en onstoffelijke zielen. (Zie boven).

Het monisme erkent maar' één van de twee gebieden als in werkelijkheid te bestaan, het andere is maar' schijn. Het stoffelijk monisme (materialisme) neemt aan, dat alleen de stof werkelijk bestaat. Het geestelijke is iets onwezenlijks, zooals de schaduw, die het lichaam vergezelt. Na den dood is er dan ook geen

Ziel.

dualisme.

monisme, stoffelijk monisme.

Sluiten