Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ook wilsuitingen, wat duidelijk blijkt uit de weldra aangewende pogingen, om de verzorgster te dwingen tot opnemen.

Omstreeks den leeftijd van 3 maanden is er een vrij groote vooruitgang; het kind herkent vader en moeder aan de stem, vindt al behagen in muziek, en geeft verwondering, vrees en vreugde te kennen.

Nu volgt er op de oefening der zinnen een tijd om te leeren denken; allerlei ervaringen werken daartoe mee, maar het niet kunnen loopen is nog een groot beletsel voor de ontwikkeling. Tegen 't einde van het 1ste jaar begint de spraak, eerst een spelen met klanken, later nabootsing, eerst onbegrepen, later met begrip. Ze kunnen nu de personen en meest bekende dingen uit de omgeving aanwijzen, als men er naar vraagt.

Het spVeken wordt eerst wat opgehouden, als het leeren loopen veel energie vraagt; als het kind zich echter kan verplaatsen, worden er heel wat nieuwe ontdekkingen gedaan en neemt de spreekvaardigheid snel toe. De eerste zinnetjes bestaan maar uit enkele woorden: mama boos. Ongeveer l1/» jaar komt het vragen: is dat ? Met 2 jaar de ontkenning: poessie tout nee. Al gauw komt nu ook 't gebruik van 't woordje ik. Met 21/* jaar is het een ware vraagwoede, die tot 4 jaar aanhoudt. Ze doen soms zeer lastige vragen, maar zijn ook met de onbenulligste antwoorden tevreden. Er is een ware geestelijke honger. Ook begint met 21/* jaar de phantasie te werken.

Enkele kleuren worden reeds goed benoemd; eerst wit en zwart, dan rood en geel, dan blauw en groen, eindelijk grijs en bruin. Veel hangt hier af van de geregelde oefening; lang niet alle kinderen, die met 6 jaar op de school komen, kennen de hoofdkleuren.

Met 4 jaar zijn de woordjes morgen en gisteren meestal nog niet helder; 't oriënteeren in den tijd is moeilijk; eerst het toekomstige, dan 't verleden. De herinnering reikt nu al tot een jaar terug.

In het 4de jaar komt ook het zelf scheppen: bouwen, teekenen, knippen. Eerst is er heel weinig gelijkenis en geeft 't vernielen nog evenveel vreugde als 't maken; beide is verandering aanbrengen. In de tweede periode komt verlangen naar gelijkenis; een kringetje met twee streepjes stelt een man of vrouw voor; 't hoofd en de beenen zijn de meest opvallende deelen; later komen ook romp en armen; na de menschen de dieren.

Van 3 tot 5 jaar zijn de kinderen nog heel gevoelig en prikkelbaar; ze schreien heel gauw, doch zijn ook gauw weer vroolijk; bij een treurige melodie huilen ze soms. Tegenover vreemden zijn ze heel stug vaak. Het schaamtegevoel komt al, vooral als ze iets verkeerds gedaan hebben, zooals snoepen. Schaamte voor naakt zijn schijnt aangeboren te zijn.

Kléin-kinderleeftijd.

zinnetjes, vragen, ontkenning, ik.

phantasie. kleuren.

tijd. scheppen.

aandoeningen.

3 maand.

spraak. 1 jaar.

Sluiten