Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

visueelmotorisch.

oordeelen.

mechanisch werk.

inzicht.

langzaam denken.

meisjes, jongens.

voeding.

invloed der school.

bijziendheid, verkrommingen.

gewicht, vermoeidheid.

geestelijke energie.

daarna meer visueel; er zijn echter veel individueele verschillen. De spiervoorstellingen bij 't opschrijven zijn een groote steun.

Het oordeelen is nog gebrekkig; wat kan men kinderen van 7 tot 12 jaar al niet wijsmaken! Ook het vinden van een nieuw type sommen gelukt maar aan heel enkelen. Ze zijn bijzonder geschikt voor mechanisch werk, waarbij veel vaardigheid moet zijn: technisch lezen, cijferen, jaartallen leeren, aardrijkskundige namen er in zetten, toonladderoefeningen op de piano. Maar inzicht in de grammatica, denksommen, economische aardrijkskunde, problemen uit de natuurkunde, dat gaat de meesten boven hun petjes en geeft op de lagere school veel teleurstellingen.

Het denken is gekenmerkt door een zekere langzaamheid, doordat ze nog meer in zaken dan in woorden denken: ze stellen zich bij de meeste woorden nog de dingen voor.

De meisjes zijn tot 10 jaar verstandelijk iets achter bij de jongens; later halen ze dat ruimschoots weer in. In de hoogste klas der volksschool zijn ze iets beter dan de jongens.

In 't algemeen zijn de goed gevoede kinderen verstandelijk beter ,aangelegd dan zij, die ondervoed worden; dit is uit tal van onderzoekingen gebleken.

Het èchoolgaan heeft in verschillende opzichten een minder goeden invloed. De bijziendheid neemt er zeer toe van'de laagste tot de hoogste klas. Ook de ruggegraatsverkrommingen worden er erger.

Verder hebben vele kinderen 't eerste schooljaar met hun algemeene gezondheid te tobben; velen staan stil in gewicht, enkelen gaan zelfs achteruit. Ook werd er bloedarmoede geconstateerd; de kinderen worden bleek en lusteloos. Het gedwongen stil zitten en 't verblijf in de bedorven lucht heeft mét de geestelijke inspanning minder goede gevolgen.

Vooral op scholen, waar vlug-op gewerkt moet worden, en waar men nogal wat huiswerk meegeeft, worden de kinderen geestelijk vermoeid; lange mondelinge lessen zijn ook nadeelig daarvoor., De leerlingen worden dan onrustig, geeuwen, zijn onoplettend, zitten te spelen, vergissen zich herhaaldelijk. Ten slotte heeft het lichaam niet genoeg weerstandsvermogen en 't kind wordt mager, verliest den eetlust en lijdt aan slapeloosheid. Dikwijls weet de natuur nog telkens vrij goed te herstellen, zoodat er gedurende 't schoolgaan nog weinig van blijkt, maar later moeten ze het bezuren; als ze volwassen zijn, lijden ze gauw aan geestelijke uitputting.

De geestelijke energie is het grootst in de morgenuren en 's avonds tusschen 6 en 9. Van 12 tot 2 is er een vrij groote inzinking. De middaguren zijn volstrekt niet zóóveel minder, dat men daarom den middagschooltijd geheel moet afschaffen. In Maart en April en nog meer in Juli en October vonden

Sluiten