Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

Hebben we in den eersten kinderleeftijd een afzonderlijk vak aanschouwingsonderwijs afgewezen, omdat het in strijd is met de natuurlijke geestelijke ontwikkeling, om een groeiproces te verhaasten, zeer gewenscht is het bij al ons onderwijs aanschouwelijk te zijn.

Hoe helderder de voorstellingen, hoe meer kans voor onthouden en hoe beter het denken. We kunnen heel wat tijd winnen met de dingen te laten zien inplaats van ze te beschrijven.

We moeten daarom aan elke school een verzameling van dingen en platen aanleggen en vaak een eenvoudige schetsteekening op 't bord maken.

In een schooltuin of in potten kweeken we de voornaamste landbouwgewassen, zoodat de kinderen zien, wat vlas, gerst, haver, suikerbieten, enz. zijn. We bakken in de schcolkacbel een paar steentjes, bloempotjes en dakpannen in 't klein van klei; we maken van een paar aardappels wat stijfsel; we gaan in een kleine, glazen karn boter bereiden ('s zomers in een kwartier); we maken van de vezels van 't vlas een draad; we bootsen van klei de doorsnede van een rivier, een duinenlandschap, een droogmakerij na. En dat alles niet in de laagste klassen, waar de kinderen er totaal geen behoefte aan hebben, maar in de hoogste leerjaren in aansluiting bij de aardrijkskunde, dus daar, waar het in zijn natuurlijk verband komt.

We verzamelen wat steensoorten, ertsen, wol, katoen, linnen, zwavel, houtsoorten, enz. We hebben kleine modellen gekocht van ploeg, eg. zeis. enz. We gaan voor de aardrijkskunde een enkele maal een schoolwandeling of reisje doen, om te zien de zee, de heide, een meer, woesten grond, hunnebedden, enz.

En verder gaan we door platen de aardrijkskundige landschappen en de geschiedkundige gebeurtenissen en toestanden laten zien: een gletscher, een vuurspuwenden berg, een steppe, een noordpoollandschap, enz.

We teekenen de doorsnede van een kolenmijn, van een brandspuit, van een stoommachine; van een bloem en vruchtbeginsel sterk vergroot, enz.

Toch moeten we met de aanschouwing bij jonge kinderen tot 12 jaar een verstandige keus dolen en heel sober blijven. Ze kunnen ten slotte zooveel dingen zien, dat zij ze verwarren met elkaar, en zoo kan men van den vloek der aanschouwelijkheid spreken. Vooral allerlei industrieën houdt het kind niet uitelkaar. als het daarvan de ingewikkelde fabrieken zelf ziet of platen met vele technische bijzonderheden. En in de bioscoop, die tegenwoordig wel voor schoolonderwijs wordt gebruikt, vliegt alles meestal veel te snel aan 't oog der kinderen voorbij en worden ook allerlei finesses aanschouwelijk gemaakt, waarvan ze weinig of niets onthouden, en die maar verwarrend op hun geest werken; zoo bijvoorbeeld een film van de heideontginning.

aanschouwelijk onderwijs.

te veel aanschouwing.

Sluiten