Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grapjes.

voorwerpen.

platen.v teekeningen/

gekleurd krijt.

niet te veel aankleeding.

herhalen, concentrisch.

Bij het zingen kan men de moeilijkheden allemaal in melodieën onderbrengen. Als er van de blinde kaart gememoriseerd moet worden, dan kan men daar een spelletje van maken.

Piet, ik zal je eens groote sprongen laten doen: Delfzijl, Vlissingen, Harlingen, Maastricht, enz.

Mina, jij mag Koos eens vastzetten; zoek 6 heel moeilijke plaatsen uit.

Zoo wordt het dorre opzeggen amusant en dus vruchtbaarder.

Bij de moeilijke woorden in een leesles kan men handelingen en houdingen voor de klas laten nabootsen door de kinderen: slenteren, een uitdagende houding aannemen, enz.

Ook aanschouwingsmiddelên, platen en teekeningen op tbord maken de les heel wat mooier.

Bij 't rekenen met de kleintjes gaan we winkeltje spelen, eindjes kaars aansteken en uitblazen, worteltjes en kersen verdeden, enz.

Verder kan men met gekleurd krijt -veel doen, om de belangstelling gaande te houden en te trekken; bij het rekenen roode en gele pruimen, blauwe en witte bloempjes teekenen; bij het schrijven letters met allerlei kleuren; bij het zuiver schrijven de letters, waarop 't aankomt, kleuren; bij de kaarten de rivieren blauw, de zee groen, de sporen rood, enz.

Evenwel moet men zich voor één fout hoeden; bij het prettig maken kan de aankleeding veel te omslachtig zijn, zoodat we als 't ware één druppel levertraan in een lepel vol suiker wegmoffelen. J ,

Dat is ook de fout van het nieuwe zaakonderwijs, dat. de eigenlijke leerstof begraven wordt in een hoop vertellingen. We krijgen zoo een soort van zeuronderwijs, waarbij de kinderen een heel halfjaar doên over het timmeren.

Dan is het veel beter de stof te verschuiven naar een anderen leeftijd.

Herhaling is de moeder van het geleerde; onophoudelijk moeten we weer de dingen laten zien en opnieuw beoefenen. Men moet niet meenen, dat de kinderen, als ze bijv. het geval 6 + 8, 4 + y enz. op één les goed hebben begrepen en toegepast, het nu ook al voorgoed in hun macht hebben. Daar mogen gerust nog weer eenige lessen aan worden besteed; ze moeten nog een paar keeren weer enkele gevallen aanschouwelijk zien en daarna veel

toepassen. , , . , .

Daarom gaat men vaak concentrisch te werk; in teerste jaar de getallen van 1-20; in het tweede niet van 20—100 maar van 1 — 100; in het derde niet van 100 tot 1000, maar van 1 tot 1000. Zoo betrekt men bij de uitbreiding van de stol telkens het vroegere er weer in en herhaalt dat voortdurend. Met een eigenaardig woord noemt men dat wel de druppel-

Sluiten