Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GODSDIENSTIGE EN ZEDELIJKE OPVOEDING.

weinig invloed.

onbewuste nawerking.

tact

Is in 't algemeen de macht der opvoeding van het zedelijk en godsdienstig willen reeds gering, daar de kinderen met een bepaalden karakteraanleg worden geboren, en de zonden der ouders en voorouders in het nakroost steeds weer haar treurige gevolgen doen gelden, — in de school mag men van dit deel der opvoeding al heel weinig verwachten.

In de eerste plaats zijn de onderwijzers in doorsnee maar heel gewone menschen, die volstrekt geen grooten invloed op het kind hebben. Wanneer wij eens nagaan, welke onderwijzers ons in de schooljaren zóó imponeerden, dat wij in 't latere leven bij ons handelen nog steeds aan hen denken, dan is dat maar een heel enkele.

Verder hebben wij de kinderen maar een vijftal uren per dag; ze zijn veel langer bij de ouders, op straat, en dikwijls in eer» ongunstig milieu, dat onze opvoedingspogingen hard tegenwerkt.

De school is in de eerste plaats de verzorgster van de verstandelijke vorming.

Toch mag ons dit niet weerhouden, ons best te doen, om ons met hart en ziel aan de karaktervorming van de kinderen te wijden. Al zullen zij later niet of zelden met bewustheid aan ons denken, toch is er ook nog een onbewuste nawerking van ons streven, ons handelen en ons woord; het gestrooide zaad moge menigmaal worden verstikt, er is toch altijd kans op ontkieming en we zijn niet verantwoord, als we het werk afwijzen, omdat we de resultaten niet zien.

Er zijn enkele leerkrachten, die alleen reeds door hun aangeboren tact, door hun heele persoonlijkheid, alles van de hun toevertrouwde kinderen gedaan kunnen krijgen. Ze gaan voor de klas staan en alle leerlingen zitten netjes, gehoorzamen onmiddellijk, maken hun werk zoo goed mogelijk, zijn welwillend en beleefd, zonder dat er geprutteld of gewaarschuwd behoeft te worden.

Deze zeldzame personen zijn de aangewezen vrouwen en mannen, om het volk in zijn jeugd op te voeden. Als we hen aan 't werk zien, dan zouden we zeggen: de opvoeding kan heel veel. Er zijn ook zulke ouders, die zonder eenige moeite alles van hun kinderen gedaan kunnen krijgen, en waar het goed oppassen en streven naar 't mooie iets vanzelf sprekends is.

HelaaS moet nu reeds op 13 jarigen leeftijd door de meesten worden gekozen, of ze onderwijzer of wat anders zullen worden; en dan zijn het de ouders, die beslissen. Als'eenmaal de beroepskeus tot aan 't eind van een 3- of 5 jarige H. B. S. kan worden verschoven, zullen ook veel meer personen bij 't onder-

Sluiten