Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijs komen, die er krachtens hun natuurlijken aanleg behooren en zich er toe voelen aangetrokken.

Nu zijn er nog steeds leerkrachten, die een aangeboren gemis geen tact. aan tact hebben, en het opvoeden nooit leeren. Hoe ze ook hun best doen, als zij voor de klas staan, móeten de kinderen wel lastig, druk, ongezeglijk, lui en slordig zijn; het is en blijft een janboel. De onderwijzer heeft een treurig leven en de leerlingen verwilderen onder zijn leiding.

eigenschappen.

sec. functie.

Welke eigenschappen zijn het nu, die iemand voor opvoeden van de jeugd bijzonder geschikt maken ? En welke karakters zijn daarvoor van nature aangewezen?

In de eerste plaats moet er een voldoende mate van secundaire functie zijn, die aan 't karakter een zekere vastheid geeft. De kinderen moeten weten, wat ze aan de juffrouw of den meester hebben. Ze moeten de zekerheid hebben, dat de wetten en regels, die vandaag gelden, ook morgen doorgaan. Slechts dan kunnen er vaste gewoonten ontstaan, die heilzaam op de opvoeding werken. Doch die secundaire functie heeft nog een ander. uitstekend gevolg; bij al de opvoedingsmaatregelen, bij de beoordeeling van de karakters en daden der leerlingen hebben de ervaringen van voorgaande jaren een grooten invloed en daardoor wordt het oordeel billijker, het besluit meer 't gevolg van ernstig overwegen, en de behandeling van 't kind moet daarvan wel profiteeren.

Toch mag ook de sec. functie weer niet al te sterk zijn, daar de onderwijzer dan niet ruim meer oordeelt, maar vastgeroest zit in zijn ingewortelde ideeën. Ook moet hij niet onhandig en verstrooid zijn bij plotselinge situaties, zooals de persoon met ongewoon versterkte nawerking.

Wat de aandoeningen betreft, moet ook de gevoeligheid daarvoor in voldoende mate aanwezig zijn. De onderwijzer moet kunnen meevoelen met zijn leerlingen en ook hen door zijn eigen stemmingen voor 't mooie doen gevoelen en 't slechte leeren verafschuwen; die aandoeningen kunnen ten bate van de opvoeding worden verzorgd en versterkt alleen door den onderwijzer, die zelf emotioneel is;

Ook hier schaadt echter een teveel; de sentimenteelen zijn voortdurend te weemoedig, om te leeren, hoe men 't leven fleurig en opgewekt moet aanpakken, de gepassioneerden zijn te hartstochtelijk, om een voorbeeld van zelfbeheersching te geven.

Van bijzonder veel belang is het voor een onderwijzer, dat hij wilskrachtig is; de jeugd moet voortdurend zien, dat het voor t leven noodzakelijk is, door te zetten, aan te pakken, bij mislukking direct weer opnieuw te beginnen. Trage en wilsslappe

emoties, wilskrachtig.

Sluiten