Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opschuiving, wisseling.

verhouding, gezondheid.

menschen zijn totaal niet geschikt, anderen tot het nastreven van 't beste op te wekken.

Gaan we de menschen na, naar welke we ons richten, dan zijn het vooral die, welke door vastheid van willen uitmunten, en die daardoor hun doel bereikten.

Welke van de 8 karaktertypen van HEYMANS zijn nu vooral geschikt, om de jeugd te leiden? Zij, die èn wilskrachtig zijn, èn een behoorlijke4- mate van nawerking hebben, èn normaal gevoelig zijn. De gepassioneerde is te emotioneel, de flegmaticus te koel; de cholericus heeft te weinig vastheid van karakter, de sentimenteele is te wilszwak en te weemoedig; de nerveuze is veel te onrustig en prikkelbaar, de sanguinicus te kinderlijk en te onstandvastig; de apathicus is te onbeteekenend en de amorph te karakterloos.

De flegmaticus, die niet te zwak aandoenlijk is, die van kinderen houdt en wat voor kunst gevoelt, is de aangewezen persoon. Maar er zijn allerlei andere tusschenvormen, die zoo niet alle, dan toch verschillende eigenschappen bezitten, welke succes waarborgen. Daarom is het ook voor de zedelijke vorming maar zelden goed, dat de kinderen steeds bij dezelfde leerkracht blijvenv zooals bij het opschuivingsstelsel, maar dat ze althans één of tweemaal verwisselen, zoodat ze van elke leiding wat profiteeren.

De enkele onderwijzers, die van nature, door hun aangeboren tact, als 't ware tot opvoeden geroepen zijn, behoeven weinig of geen maatregelen te nemen, om een goede verstandhouding te krijgen, die voor de inwerking op het gedrag van zooveel belang is.

Anderen kunnen ook met den besten wil in dezen niets bereiken.

Maar de meesten kunnen en moeten door toewijding en verschillende maatregelen langzamerhand een toestand krijgen van rust en goede gezindheid in de klas, zoodat ook hun invloed op het karakter der leerlingen hoewel niet groot dan toch ook niet geheel nihil is.

In de eerste plaats streve dan ieder naar een zoo goed mogelijke lichamelijke gezondheid. Vele onderwijzers komen al eenigszins overwerkt in de school en zijn daardoor prikkelbaar en minder opgewekt. Tijdens de studie voor de hoofdakte wordt dat in den regel nog minder. Om allerlei kleinigheden wordt men boos, straft onbillijk en maakt de klas ook onrustig en onhandelbaar.

Hoe gemakkelijk en luchthartig glijdt men echter over allerlei kleine vergrijpen heen, als men gezond en daardoor vol energie en opgewekt voor de klas staat.

Het komt voor, dat uitstekende leerkrachten door overwerken ten slotte geheel ongeschikt voor 't opvoeden worden en wanorde in de klas hebben.

Sluiten