Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom moeten zij, die niet volkomen rustig voor de leerlingen staan en daardoor de klas niet beheerschen, veel wandelen, rusten, zich krachtig voeden, en weinig of niet werken. Dat helpt hun heel wat meer dan allerlei paedagogische middeltjes, die in de handboeken vaak worden aanbevolen.

Van veel belang voor een mooie verstandhouding is het, wanneer de onderwijzer zich aan zijn taak geeft en voor zijn leerlingen veel doet.

Hij waardeere het schriftelijk werk en make veel werk van zijn lessen, door aanschouwingsmiddelen te verzamelen met behulp van de kinderen, door mooie teekeningen te maken, door een schooltuin met ze in orde te houden, door een reisje met ze te doen elk jaar.

Hij spele met de kinderen op de plaats, stelle belang in hun liefhebberijen, make een jaardag in school ook tot een feestje, viere St. Nicolaas, St. Maarten en Kerstmis in de klas, bezoeke de kleine pati├źnten thuis┬╗ en spreke geregeld met de ouders.

Hij waardeere en prijze in 't bijzonder het goede gedrag van de kinderen,, wien het moeilijk valt, braaf te zijp. Hij vergeve de fouten steeds weer en sta tegenover de grootste zondaren toch telkens weer, alsof ze een blanco verleden hadden.

Hij koestere ook de verwaarloosden eens en houde er geen lievelingen op na; voor een rechtvaardige en gelijke behandeling zijn kinderen zeer gevoelig.

Het praten over goed en kwaad kan wel eens wat goeds uitwerken, vooral een kort, ernstig gesprek onder vier oogen. Maar het levende voorbeeld van den onderwijzer" doet toch oneindig veel meer. Als de kinderen zes jaar lang daaglijks in aanraking komen met personen, die zich zelf strenge eischen opleggen en in alles naar het beste streven, dan kan dat niet anders dan invloed ten goede hebben.

We moeten dus zelf netjes zijn op de boekenkast, op onze kleeren; we moeten de kinderen beleefd toespreken, waar zijn, enz.

Het is niet zoo erg, dat de kinderen eens zien, dat ook een onderwijzer gebreken heeft, als ze maar ervaren, dat het hem volle ernst is met de bestrijding daarvan.

Steeds moeten we onzen leerlingen laten voelen, dat we hen in staat achten, het goede te doen. We moeten hen suggereeren, dat ze wel zullen slagen, als ze maar ernstig willen. Het werkt fataal, als de opvoeder bij een vergrijp zegt: O, dat had ik van jou wel verwacht. Juist die zwakken moeten telkens weer worden opgeheven en gesterkt in hun willen; elk klein succesje moet gewaardeerd en uitgebuit worden, om den wil voor 't goede te sterken. We moeten geen fatalisten kweeken. '

liefde, toewijding.

voorbeeld.

vertrouwen.' suggestie.

Sluiten