Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

etiquet komen met naam, zoodat ieder persoonlijk voor dat boek moet staan.

De grootste belhamels kan men opdragen, er op de plaats voor te zorgen, dat de kleintjes niet worden geplaagd, of dat er niet met natte sneeuw wordt gegooid. Die elementen, welke een onderwijzer anders zooveel last kunnen veroorzaken, doordat ze anderen zoo beïnvloeden en opstoken tot verkeerde daden, kunnen op zoon wijze tot medehelpers worden gemaakt tot hun eigen heil en dat van de heele school.

We moeten bij de opvoeding niet alleen het leeren baseeren op den natuurlijken geestelijken groei, maar ook bij den invloed op 't gedrag der kinderen met hun leeftijdsperioden rekening houden.

Allereerst moeten we er steeds aan denken, dat de secundaire functie gedurende den leertijd op de lagere school nog heel gering is. Het moet ons dus volstrekt niet verbazen, dat onze vermaningen en straffen dikwijls maar heel kort werken en dat dezelfde vergrijpen herhaaldelijk weer worden gepleegd.

Dan sta ons steeds voor oogen, dat kinderen gauw afgeleid worden en heel moeilijk nog opzettelijk opmerkzaam kunnen zijn, zoodat ze herhaaldelijk onoplettend zijn en moeten afdwalen.

Ook, dat ze voortdurend behoefte hebben aan beweging, en daarom niet best een poos rustig met de armen over elkaar kunnen zitten.

Ze zijn met half begrijpen al "tevreden, dus kunnen nog voortdurend fouten maken.

Het moet ons wel heel mild stemmen tegenover de ongerechtigheden, als we dit alles in aanmerking nemen.

En dan nog, dat ze nog heel andere begrippen hebben van recht en de gebreken van onbeschaafde natuurvolken verttoonen!

En de ziekelijke afwijkingen zullen ons medelijden opwekken inplaats van onzen toorn. Alles begrijpen is alles vergeven!

Het jonge, kind in den speelleeftijd tot 7 a 8 jaar is zeer ontvankelijk voor het spreken over God en de Bijbelsche verhalen. Het gelooft zoo gaarne de wonderen en oefent geen critiek uit; voor godsdienstige scholen een dankbare periode.

De 2de kinderleeftijd wil de werkelijkheid leeren kennen en verwerpt al gauw den mensch-God, terwijl hij een geestelijke macht nog niet goed kan begrijpen. Daarom heeft de godsdienstige opvoeding in de jaren van 8 tot 14 heel weinig vat op de kinderen; daardoor gedragen de leerlingen der christelijke scholen zich geen zier beter dan die der openbare. Daarom is de overvoering met godsdienst op die scholen wel eens oorzaak, dat verschillende leerlingen er beu van worden en er later ook niets meer van willen weten. Zelfs zeer ernstige christelijke

kinderaard.

vergeten.

onoplettend.

beweeglijk.

fouten.

godsdienst.

Sluiten