Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANHANGSEL.

Hoe het waarnemen, herinneren en logisch denken zich jn de kinderjaren ontwikkelen, kan ons blijken uit de resultaten, waartoe de Fransche psychologen BlNET en SlMON kwamen bij hun pogingen, om vast te stellen, wat een normaal kind op een bepaalden leeftijd geestelijk moet kunnen presteeren 1).

Ze onderzochten daartoe een groot aantal kinderen uit den netten werkmansstand te Parijs en wisten voor eiken leeftijd een aantal toetsvragen of tests samen te stellen, gedeeltelijk buiten de schoolkennis om. die door de kinderen beantwoord moeten kunnen worden, als ze tot de geestelijk normalen behooren.

Uit de toepassingen in verschillende landen is gebleken, dat deze tests (vooral de gewijzigde series, die we hieronder laten volgen) over t geheel een betrquwbare maatstaf zijn voor kinderen uit den werkmans- en kleinen burgerstand. Die uit meer beschaafde milieus, vooral kinderen van intellectueele ouders, welke onderwijs ontvangen aan standenscholen en in heel kleine klasjes, zullen aan hoogere eischen kunnen voldoen; vooral hun woordenschat en uitdrukkingsvermogen zijn rijker en beter.

De kinderen uit de minst gunstige kringen zullen eenigszins ten achteren zijn, doch dit verschil is niet zoo groot als bij de vorige groep.

Zij die van deze graadmeters van het kinderlijk verstand gebruik willen maken, om een oordeel over den natuurlijken aanleg van bepaalde kinderen te vormen, moeten er voor zorgen, dat ze voor hun onderzoek een rustig vertrek nemen, waar niet te veel afleiding is; ook is 't gewenscht, dat men telkens slechts een kind onderzoekt, daar ze elkaar anders voorzeggen of door gebaren en teekens helpen. De ondervrager moedige zooveel mogelijk aan en geve dus geen blijk, dat een antwoord foutief is; doch hij moet er ook voor waken, dat hij de goede antwoorden niet suggereert; daardoor kunnen de resultaten heel wat beter uitvallen. Hij hebbe een helper, die de antwoorden noteert en ook enkele aanteekeningen maakt over den stand der ouders, het aantal kinderen in de klas. waarin het kind zit, het gedrag tijdens het onderzoek en andere opmerkingen, die den ondervrager van belang schijnen voor een richtige beoordeehng. Opdat het kind den onderzoeker zoo goed mogelijk begrijpe, is het dikwijls gewenscht, de vragen in het dialect van de streek te stellen. i. -

Men beginne dan met de tests, die voor den leeftijd van t kind bestemd zijn; kan het ze niet alle goed beantwoorden, dan ga men terug tot dien leeftijd, waarvan dit wel het geval is (waarbij één mislukte test niet meetelt). Daarna neme men de moeilijker tests van hoogere leeftijden en rekene voor elk goed antwoord nog '/» jaar, daar er voor eiken leeftijd 5 toetsvragen zijn. Stel b.v., dat een kind van 8 jaar al de vragen van 6 jaar goed beantwoordt, ook nog twee van 7 jaar, drie van 8 jaar, twee van 9 jaar en één van 10 jaar, dan wordt het gerekend geestelijk op de hoogte te staan van 6 + |st l«t .» t '* of 7*/s jaar.

We laten thans de tests volgen met een korte toelichting. 3 jaar.

1. De oogen, den neus en den mond kunnen aanwijzen. 1) Zie: „l'Année psgchohgique" 1908 en 1911.

Sluiten