Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zal de beantwoording geslaagd heeten, dan moet van de laatste drie keeren twee maal goed geantwoord worden.

2. Drie gegeven woorden in één zin onderbrengen. Zoo b.v.: Door de zee kreeg Amsterdam veel rijkdom.

3. In 3 minoren meer dan 60 woorden vinden.

Men zegt tot het kind, dat het in 3 minuten zooveel woorden moet zeggen, als het weet, zooals: tafel, brood, groen, lang. Men vertelle daarbij, dat enkele van zijn makkers het tot 200 hebben gebracht, dat zal wellicht invloed hebben op zijn eigen aantal.

4. Definities geven van drie abstracte begrippen.

Men vrage wat liefdadigheid is; uit de omschrijving van 't kind moet blijken, dat het een voorbeeld uit de daaglijksche omgeving kent. Zoo ook afgunst en gerechtigheid.

Van de drie moeten twee goed verklaard worden.

5. Van een ordelooze rij woorden een goeden zin maken.

a. Een verdedigt meester moedig hond goede zijn.

b. Wij vacantie naar gereisd het zijn in land de.

c. Ik onderwijzers mijn heb verbeteren verzocht te werk mijn.

Elke zin moet binnen een minuut klaar zijn; twee van de drie goed is voldoende.

15 jaar.

1. Nazeggen van zeven getallen, elk van één cijfer.

9, 6, 4, 0, 5, 1, 8 — 7, 3, 8, 4, 2, 6, 1 — 5, 9, 2, 8, 0, 3, 7.

2. Bij een gegeven woord drie rijmwoorden vinden.

Zoo noodig make men het met een voorbeeld duidelijk. In 1 minuut moet 't kind klaar zijn.

3. Zinnen nazeggen van 26 lettergrepen.

Gisteren avond ontmoette ik een ouden kennis op straat, dien ik in langen tijd niet gezien had.

4. Vertellen, wat eenige platen voorstellen.

Men kieze daarvoor dezelfde drie platen als van test 2 van zeven jaar. Nu moet uit hun antwoorden echter ook blijken, dat ze de beteekenis van de plaat begrijpen. Men zij b.v. tevreden met de volgende beschrijvingen:

„Dat zijn menschen, die uit armoede de stad verlaten.

Dat zijn ongelukkigen, die op een bank zitten en die geen onderdak hebben.

Dat is een gevangene, die op zijn bed gaat staan, om nog eens naar buiten te kunnen zien."

5. • Moeilijke verstandsvragen.

Iemand, die in 't bosch wandelde, keerde plotseling verschrikt terug en ijlde naar 't naaste politiebureau, om te zeggen, dat hij aan een tak had gezien.... Nu, wat had hij gezien?

Bij mijn buurman zijn heden na elkaar geweest de dokter, de notaris en de dominé.

Wat zou daar toch te doen zijn?

Beide vragen moeten goed beantwoord worden.

Volgens B. en S. zijn enkele tests bijzonder geschikt, om bij volwassenen uit te maken, of ze tot de normalen of achterlijken behooren. Het zijn de volgende; 1. Het ordenen van 5 gewichten. 2. Het beantwoorden van de moeilijker verstandsvragen. 3. Het maken van één zin met drie gegeven woorden. 4. Definities geven van abstracte begrippen. 5. De beschrijving van platen. 6. Het vinden van rijmwoorden.

Uit proeven met werklieden te Parijs bleek, dat tot de normalen slechts zij gerekend kunnen worden, die minstens 4 van deze 6 opdrachten goed kunnen volbrengen.

Sluiten