Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na aldus de parallax te hebben weggenomen, brengt men, door de beweging van den kijker in zijn geheel, het snijpunt dér kruisdraden juist tot samenvalling met het punt, waarop gericht zal worden.

Heeft men nu verder op apdere punten te richten, die op verschillende afstanden gelegen zijn, dan moet men telkens opnieuw de parallax wegnemen; de stand van de oculairlens ten opzichte van de draden blijft daarbij echter onveranderd, zoolang dezelfde persoon van den kijker gebruik maakt.

v§ 6. Samengestelde oculairen. Slechts zelden' is de kijker op de boven omschreven eenvoudige wijze samengesteld. Om de onvolkomenheden, die zich in de beelden voordoen ten gevolge van kleurschifting en afwijkingen wegens den bolvorm (chromatische en spherische aberratie), zooveel mogelijk' op te heffen, worden objectief en oculair beide, -uit onderscheidene lenzen samengesteld.

Het objectief bestaat meestal uit eene positieve crownglas-lens en eene negatieve flintglas-lens, die zoo dicht mogelijk bij elkaar geplaatst zijn en waarvan de eerste naar het voorwerp gekeerd is , flg. 8.

Voor het oculair worden verschillende samenstellen van lenzen gebruikt; twee van die samenstellen, die voor het gebruik van den kijker bij de meetinstrumenten van het meeste belang zijn, namelijk die van Ramsden en Huygens, zullen wij hier in het kort nagaan. ngjgfti

Het oculair van Ramsden, flg. 9 en 10, bestaat uit de twee platbolle lenzen E en O, die met de bolle zijden naar elkaar toegekeerd zijn en-die respectievelijk de namen van veldleus of collectieflens en van ooglens of oculairlens dragen. Deze lenzen hebben in ƒ een gemeenschappelijk brandpunt, terwijl hare brandpuntsafstanden zich verhouden als 9 : 5. Door de veldlens E wordt van hét door het objectief gevormde werkelijke beeld B een eenigszins vergroot virtueel beeld F gevormd. De ooglens O vormt van dit virtueel beeld het vergroote virtueele beeld C, op den afstand van duidelijk zien, dat door het in D geplaatste oog wordt waargenomen.'

. Het oculair van Huygens , flg. 11 en 12, bestaat eveneens uit twee platbolle lenzen E en 0, die door dezelfde namen als boven worden aangeduid, doch met de bolle zijden naar het objectief zijn gekeerd. Ook deze lenzen hebben in f een gemeenschappelijk brandpunt, doch hare brandpüntafstanden verhouden zich als 3 :1. De lichtstralen, die varrhèt objectief komen en in B een werkelijk

Sluiten