Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beeld zouden vormen, ontmoeten, voordat zij dit kunnen tot stand brengen, de veldlens, waardoor deze lichtstralen zoodanig gebroken worden, dat in F een verkleind werkelijk beeld gevormd wordt, waarvan de ooglens 0 nu wederom het vergroote virtueele beeld in C vormt, dat door het in D geplaatste oog wordt waargenomen.

§ 7. Krujsdraden. Dé kruisdraden bestaan meestal uit fijnespinragdraden, die met behulp van vernis of was vastgehecht zijn op eene ringvormige plaat ab, fig. 13, die rechthoekig op de as van , den kijker is aangebracht en den naam van diaphragma draagt. In plaats van spinragdraden wordt ook gebruik gemaakt van fijne lijnen, die op een dun glasplaatje geëtst of gekrast zijn, dat dan op het diaphragma bevestigd wordt.

Aangezien de vizierlijn'bepaald wordt door het optisch middelpunt van het objectief en het kruispunt der draden, zoo moet, om den stand der vizierlijn ten opzichte van de kijkerbuis te kannen regelen overeenkomstig het doel, waartoe het instrument dient, aan een dier twee punten door middel van correctieschroefjes de juiste stand gegeven kunnen worden. Gewoonlijk is daartoe het kruispunt der draden verplaatsbaar; in dit geval is het diaphragma meestal gevestigd aan een kegelvormig buisje cd, dat door vier correctieschroefjes, die buiten de oculairbuis uitsteken, in zijn stand wordt vastgehouden. Door middel van deze schroefjes kan het diaphragma en daarmede het kruispunt der draden in een vlak, loodrecht op de kijkeras, verplaatst en dus de stand de.r vizierlijn geregeld worden. Zal bij het in- en uitdraaien van de oculairbuis de vizierlijn niet van stand veranderen, dan moet de lijn, volgens welke het kruispunt van de draden bij verplaatsing van de oculairbuis zich beweegt, door het optisch middelpunt van het objectief gaan. Bij sommige instrumenten treft men in verband hiermede behalve de correctieschroefjes van het diaphragma ook correctieschroefjes aan waardoor het objectief in de kijkerbuis kan worden verplaatst.

> Daar de kruisdraden steeds moeten samenvallen met het werkelijke beeld in den kijker, zoo moeten bij het oculair van Ramsden de kruisdraden zich buiten, daarentegen bij dat van Huygens de kruisdraden zich in het oculair bevinden.

De twee lenzen bij het eerste oculair, fig. 10, kunnen dus, evenals bij het enkelvoudige oculair, fig. 6, in één buisje vereenigd worden, dat in de oculairbuis, waarin het diaphragma met de draden is aangebracht, geschoven wordt. Het richten met den kijker, van een RAMspEN-oculair voorzien, heeft dan

Sluiten