Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelden kop d'(trommel) van de micrometerscluoef, die zich langs een vasten index % beweegt. De om horizontale staafjes gewonden veren e drukken steeds de slede-naar links, zoodat de punt van de schroef steeds tegen de nok n wordt aangedrukt en de doode gang der'schroef wordt belet.

Om een bepaalden stand der draden als normaalstand aan.te duiden, is boven de slede aa eene dunne dekplaat f aangebracht, die door middel van de schroef g, welke door het verbindingsstuk l gaat en de veer v, vast aan de micrometerkast verbonden is. (In fig. 17e is deze plaat afzonderlijk geteekend, in flg. 17" is zij weggelaten en alleen het verbindingsstuk l aangegeven.) In deze dekplaat bevindt zich eene opening, die het gezichtsveld der microscoop vrijlaat, doch waarin een inkeping k, flg. 17ac, zichtbaar is, welke de indexlijn aangeeft. Staat nu de trommel d op haar nulpunt en tevens de inkeping k midden tusschen de draden bb — waartoe de plaat f door de correctieschroef g zoo noodig kan versteld worden —, dan valt de indexlijn midden tusschen de draden. Ook kan ten behoeve van dien normaalstand aan den trommel eene correctie aangebracht worden; de trommel is namelijk alleen door wrijving aan de micrometerschroef verbonden.

Om nu op den rand af te lezen, worden de draden door draaiing aan de schroef bij h, tot aan de onmiddellijk voorafgaande randstreep-voortbewogen; het midden der .draden heeft dan juist dat onderdeel van het randdeel doorloopen, waarvan men de grootte wenscht. te bepalen, en hetwelk op den trommel wordt afgelezen. Het verdient aanbeveling om de draden met alleen op* de randstreep, die de indexlijn voorafgaat, maar ook op de naastvolgende te richten, op den trommel nogmaals de onderdeelen af te lezen en dan het gemiddelde der heide uitkomsten te nemen.

Bij sommige instrumenten moet men aan de micrometerschToet niet ééne, maar meerdere omwentelingen geven om de draden over den afstand van 2 randstrepen te verplaatsen. In dit geval is dé dekplaat f van meerdere tanden (een zoogenaamden kam, fig 17d) voorzien, wier onderlinge afstand met eene enkele omwenteling der schroef overeenkomt. De volle omwentelingen ' der söhroef worden dan op den kam, de onderdeelen weer op den trommel afgelezen. tjj&S

§ 14. Excentriciteit. Bij het voorgaande is verondersteld, dat het draaipunt van de alhidade juist samenvalt met het middelpunt van de randverdeeling; is aan deze voorwaarde met

Sluiten