Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fout van het instrument'elimlneeren, of wel, die fout, eens bepaald zijnde, bij iedere meting in rekening brengen.

§ 19. Buis-luchtbel. Waar het op grootere nauwkeurigheid bij het aangeven van de horizontale of de verticale richting aankomt, dient men eene meer volkomene inrichting dan het paslood, te bezigen. Deze bezit men in de luchtbel of het niveau, dat onder twee vormen voorkomt: het buisniveau en het doomiveau.

Het buis-niveau, fig. 22, bestaat uit eene cylindervormige glazen buis, waarvan de bovenzijde inwendig volgens de lengte flauw cirkelvormig is uitgeslepen. Deze buis, aan beide zijden behoorlijk afgesloten, is voor het grootste gedeelte met alcohol of aether gevuld; de overblijvende ruimte, die door damp van de vloeistof wordt ingenomen, doet zich als eene langwerpige luchtbel voor. Aangezien de bel bij verhooging van de temperatuur kleiner wordt (doordat de vloeistof sterker uitzet dan het glazen omhulsel) en hare bewegelijkheid daardoor vermindert, is bij sommige niveau's eene inrichting aangebracht, om de lengte deibel te regelen. Daartoe is aan het eene uiteinde van het niveau eene kleine kamer aangebracht, die door eene opening nabij den bodem met het eigenlijke niveau in verbinding staat; deze kamer bevat eveneens vloeistofdamp, die men door de buis verticaal te houden in het niveau kan brengen, of waarin men een deel van den damp der bel kan doen overgaan.

Uitgaande van het midden der buis, is op haar bovenvlak naar weerszijden eene verdeeling in gelijke deelen aangebracht. Komt het midden van de bel juist overeen met het midden of nulpunt dier verdeeling, hetgeen men waarneemt, door na te gaan of de twee uiteinden der bel evenver van het midden afstaan, dan zegt men dat het niveau of dat de bel inspeelt.

De raaklijn aan de cirkelvormige lengtedoorsnede van de buis, ter plaatse van het nulpunt der verdeeling , draagt den naam van richtlijn. Is het niveau nu volkomen cirkelvormig uitgeslepen, dan zal, aangezien de luchtbel altijd het hoogste_punt inneemt, de richtlijn horizontaal zijn, zoodra het niveau inspeelt. In de richtlijn heeft men dus eene lijn, waarvan men met nauwkeurigheid kan nagaan of zij horizontaal is, en daardoor is men dus in staat den horizontalen of den verticalen stand van andere lijnen te onderzoeken.

§ 20. Het meten van kleine hellingen door de uitwijking der bel. Is de richtlijn niet horizontaal, speelt m. a. w. het niveau niet in, dan geeft de uitwijking van de bel onmiddellijk de helling

Sluiten