Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de invloeden zich eenvoudig samen en worden dus ook gezamenlijk geëlimineerd.

Is het punt C niet in een horizontaal vlak gelegen met A, dan maakt men bij C eene dergelijke fout als bij B, en is (wanneer het punt C ook boven het horizontale vlak van A is gelegen) de fout in den horizontalen hoek gelijk aan het verschil der fouten, die bij B en bij C zijn gemaakt.

Uit de figuren 44' en 44b valt nog op te merken, dat de fouten van regeling des te meer invloed hebben op de waargenomene

- richting van een punt, naarmate dit onder een grooteren elevatieof depressiehoek wordt gezien. Voor een elevatie- en een depressiehoek van gelijke grootte zijn de fouten, welke door den önjuisten stand der tweede as worden teweeggebracht, gelijk maar tegengesteld; de fouten echter door onjuiste regeling van de vizierlijn veroorzaakt, in denzelfden zin en gelijk. Op de gemeten horizontale projectie van een hoek BA 0 zal de eerstgenoemde fout

. dus des te grooter zijn, naarmate de elevatiehoeken der beenen AB en AG meer van elkaar verschillen; de laatstgenoemde fout echter neemt toe met het grooter .worden van het verschil in de absolute grootten dier elevatiehoeken, afgezien alzoo van hun teeken. De genoemde regelingsfouten .hebben geen invloed op I de uitkomsten der meting, wanneer de beenen AB en AC dezelfde elevatie bezitten. (*)

' (*) Uit de figuren 44" en 44l> kunnen overigens gemakkelijk de fouten gevonden worden, die in de enkele meting van den hoek worden gemaakt.

Is «, flg. 44», de hoek, dien de tweede as maakt met het vlak, loodrecht op de eerste 'as, dan zal ook de hellingshoek D^BB^ van de projectie van $E gelijk « mogen gesteld worden, aangezien de tweede as slechts een zeer kleinen hoek met het vlak V maakt.

Stelt men h = hoek BAK den elevatiehook van AB, en «T = hoek BxAB de fout in'de enkele meting, dan is:

: SBi BBtga.

. ta t = = = tg*tg h,

J AR BKcotgh

of, daar a en f steeds zeer klein zijn:

l = * tg h.

Is (8, fig. 44<>, de hoek, dien de vizierlijn afwijkt uit het vlak, loodrecht op de tweede' as, én S = hoek B'ABi do fout in de enkele meting, dan is hoek D^AB = hoek DiABn — 90° — /2, en dus hoek KBnA =

In driehoek AB'Bn heeftenen dan:

AB-

Wegens de kleinheid van i en /? mag men hierin stellen: pBp — AB„ — AB' = AB — AB!}

Sluiten