Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sommige instrumenten, waarvan de kijker niet op de in § 32 besproken wijze kan doorslaan, zijn ten behoeve eener gemakkelijke regeling zoodanig ingericht, dat dè kijker uit de tappannen kan worden gelicht en daarna doorgeslagen; ook kan dan de kijker worden omgelegd, d.w.z. de tappen.der tweede as kunnen worden verwisseld.

Het onderzoek naar den juisten stand van vizierlijn en tweede as kan dan als volgt geschieden. Men richt op een punt P en legt den kijker om; is men nu weer op P gericht, dan staat de vizierlijn rechthoekig op de tweede as; zoo niet, dan komt de afwijking overeen met het dubbel van de fout.

Is deze fout weggenomen, dan kan de juiste stand van eerste en tweede as onderzocht worden op de wijze als bij doorslaanden kijker is besproken.

§ 30. Gewijzigde inrichtingen van den theodoliet. Is de

theodoliet voorzien van een op de tweede as rustend ruiterniveau, zooals in fig. 52 schematisch is voorgesteld, dan moet het instrument aan de volgende eischen van regeling" voldoen: ( 1°. de richtlijn van het niveau moet evenwijdig zijn aan de tweede as;

2°. de tweede as moet rechthoekig staan op de eerste as; 3°. de vizierlijn moet rechthoekig staan op de tweede as. Het voldoen aan den eersten eisch geschiedt op de in § 24 aangegeven wijze. Voor wat den tweeden eisch betreft, onderzoekt men óp de

aan het ,vrühangende koord D, dan volgt uit eene vergelijking van fig. 51» en flg. 44» in verband met de noot op blz. 40:

x = D.tgS=D.t — D.atgh,

of:

x

a = — tgh:

D ,

of wel, indien men , flg. bi», OA = a = Dtg h stelt:

*= — tg*h.

a

Evenzoo leidt men uit flg. 51h en flg. 44'> gemakkelijk af: y = Digi — D. i = B/S tg li tg V» ?<■

of:

/ y 1 y_ tgh y_ ^ j.

~ D ' tghtg i/jft ~ « ' tglttglj«h ~ a C° 3 2

In deze formules stelt h den elevatioliook der vizierlijn voor en z(jn * en VS uitgedrukt in deelen van den straal.

Sluiten