Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaruit volgt, dat «=. -i— —, d.w.z. dat de gevraagde hoek

gelijk is aan het gemiddelde dei' twee metingen.

Het onderzoek naar den juisten stand van de .eerste en de tweede as geschiedt geheel op dezelfde wijze als in § 36 beschreven , mits men zorge, dat de dubbele decimeter gelegen is in een verticaal vlak, gaande door het punt van den muur, waarop men richt. Bij het onderzoek echter naar den juisten stand van vizierlijn en tweede as volgens de methode, in § 37 aangegeven, moet men met de excentriciteit rekening houden, of op een ver verwijderd punt richten.

Voor het geval men beschikt over een tweede instrument, onverschillig welk, is het eenvoudiger voor laatstbedoeld onderzoek de navolgende methodè toe te passen. Men richt den kijker van het hulpinstrument op een ver afgelegen punt P; men plaatst den theodoliet met excentrischen kijker er voor, en richt, nadat men de kruisdraden van dezen kijker ongeveer in het brandpunt gesteld heeft, op het kruispunt der draden van den eersten kijker, slaat men nu den excentrischen kijker door, dan moet men ook op P gericht zijn; zoo niet,, dan komt de afwijking, die men Waarneemt, overeen met het dubbel van de fout.

De regeling geschiedt op overeenkomstige wijze, als voor den theodoliet met centrischen kijker is beschreven.

§ 40. Repetitie en reïteratie. Wil men eene grootere nauwkeurigheid in het meten der hoeken verkrijgen, dan men bereiken kan door het eenmaal meten van de hoeken op de bovenbeschrevene wijze, dan moet men die hoeken meermalen meten, om uit de uitkomsten dier metingen een resultaat af te leiden, waarop de verschillende bronnen van fouten een zoo gering mogelijken invloed hebben.

Twee verschillende methoden van meting worden daarbij in hoofdzaak toegepast, de repetitie- en de reïteratie-methode. Bij de eerste methode meet men het veelvoud van den hoek, waaruit men dan door deéling den enkelvoudigen hoek verkrijgt. Bij de tweede meet men denzelfden hoek op verschillende, regelmatig langs den omtrek verdeelde deelen van den rand en neemt daaruit het gemiddelde.

§ 41. Bij de toepassing van de eerste methode moet de . theodoliet bijzonder daarvoor zijn ingericht (repetitie-theodoUet). De cirkelrand Bx moet namelijk, niet zooals in fig. 36, met de bus

Sluiten