Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

É verbonden zijn (maar zooals flg. 55 dat voorstelt, ten opzichte van die bus kunnen draaien, om eene as, samenvallende met die, om welke het bóvenstel ten opzichte van den rand draait Door middel van dé klemschroef 67' kan de rand aan de busB verbonden en met behulp van de micrometerschroef H' daaraan eene fijne beweging gegeven worden.

( °FlJ^„met benuIP van den aldus ingerichten theodoliet den hoek BAC in het punt A te meten, richt men eerst op het punt B en leest den stand der noniussen af, waarna men den kijker op G richt door het bóvenstel over den rand te bewegen (klemschroef 67, micrometerschroef H). Las men nu weer den stand der noniussen af, dan zou men door aftrekking den te meten hoek vinden; in plaats hiervan richt men den kijker weer op het punt B, door den rand, met het bóvenstel samen, te bewegen (schroeven 67' en H') en vervolgens op C, door alleen het bóvenstel zonder den rand te verdraaien (schroeven 67 en H) Bij deze laatste beweging doorloopen de noniussen op den rand andermaal den te meten hoek; lezen wij daarna den stand der noniussen af, dan vinden wij, door aftrekkingVvan de eerste aflezing, het dubbel van den gevraagden hoek.

Het is duidelijk, hoe men op deze wijze het 3, 4 in het algemeen het n-voud van den hoek kan vinden. Men heeft slechts afwisselend op het eene punt (2?) te richten, door den rand te verdraaien (schroeven 67' en H') en op het andere (C) door den kijker ten opzichte van den rand te bewegen (schroeven tr en li).

Heeft men bij het begin op den nonius afgelezen a„ en na n malen den hoek op den rand doorloopen te hebben (n repetities) «„ en is de nonius daarbij m malen het nulpunt voorbijgegaan, dan zal de waarde van den hoek zijn-

«n —ao-f- m. 360° n

Hoewel het alleen noodig is bij het begin en bij het einde van de bewerking de noniussen af te lezen, zoo is het toch wenschehjk dit ook na de eerste repetitie te doen, ten einde onmiddellijk eene benaderde waarde voor den hoek te vinden waaruit men dan later gemakkelijk kan opmaken, hoeveel malen de nonius het nulpunt van den rand gepasseerd is (het getalm «bovenstaande formule). Uit de grootte van het verschil van deze benaderde waarde en de einduitkomst kan tevens beoordeeld worden, of men gedurende de meting geen grove fouten

Sluiten