Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdeeld worden in: 1°. de fouten in het richten; 2°. de fouten in het aflezen en 3°. de fouten in de verdeeling.

De eerste dezer fouten is het gevolg van verschillende oorzaken, als: van slechte verlichting en niet-symmetrische'gedaante van het voorwerp, waarop gericht wordt, van ongelijkmatige breking van de lichtstralen in de lucht (laterale refractie), van onvolkomenheden van den kijker, van het aanwezig zijn van parallax in den kijker, van den niet volkomen vasten stand 'van het instrument, enz. Doordat deze omstandigheden van het eene op het andere oogenblik veranderen, is de fout in het richten eene veranderlijke (toevallige) fout, d. w.z.: als wij herhaalde malen op hetzelfde voorwerp richten, zooals dit bij' beide methoden geschiedt, dan zal de fout nu eens positief, dan weer negatief, nu eens grooter, dan weer kleiner zijn, waardoor die fouten elkaar voor een groot deel opheffen.

De fout in het aflezen is ook eene veranderlijke (toevallige) fout, die weer van verschillende oorzaken afhankelijk is, als: van de juiste verdeeling van den rand en van den nonius, van de zuiverheid der deelstrepen/ van het al of niet aanwezig zijn van parallax, enz.

Bij de reïteratie-methode, waar wij het gemiddelde nemen uit eene menigte aflezingsverschillen, zullen deze fouten elkander dus, evenals die van, het richten, onderling gedeeltelijk vernietigen. Bij de repetitie-methode is de'werking geheel anders, daar lezen wij slechts bij het begin en bij het einde af. Op het ra-voud van den hoek komt dus de geheele fout van het verschil tusschen de eind- en de beginaflezing; maar als wij door n deelen, zal in den enkelvoudigen hoek ook slechts het nie deel van de fout Voorkomen. Daar nu de theorie van de fouten leert, dat bij het nemen van het gemiddelde uit een aantal waarnemingen, die met toevallige fouten aangedaan zijn, deze slechts in reden van Vn verminderd worden (*), zoo wordt de invloed van de fouten van aflezing bij de repetitie-methode beter verminderd dan bij de reïteratie-methode het geval is.

De fouten in de verdeeling dragen een geheel ander karakter. Voor een en dezelfde deelstreep is die fout uit den aard der zaak constant; eerst als men de fouten in verschillende deelstrepen nagaat, zijn die veranderlijk, d.w.z. dat hare langs den rand / gemeten afstanden tot eene vaste streep eene veranderlijke fout vertoonen. De vermindering van dien invloed heeft dus bij de repetitie-methode, waar men slechts bij twee deelstrepen afleest

(*) Zie Aanhangsel § 231,

Sluiten