Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op dezelfde wijze plaats, als wij boven voor de aflezingsfouten hebben gezien. Bij de reïteratie-methode is de zaak echter van meer ingewikkelden aard. Als wij den hoek steeds op dezelfde plaats op den rand aflazen, dan zouden wij telkens dezelfde fout maken en deze zou.dus uit het gemiddelde niet verdwijnen. Doordat men echter telkens den hoek op een ander gedeelte van den rand meet, is de fout veranderlijk en bij het nemen van het gemiddelde heffen die fouten elkaar dus voor een groot gedeelte op.

Hadden nu de fouten in de opvolgende deelstrepen datzelfde toevallige karakter, dat wij in de fouten van het richten en van het aflezen hebben aangetroffen, dan zouden die fouten, evenals de vorige, bij de reïteratie-methode in veel geringere mate worden opgeheven dan bij de repetitie-methode. Dit is echter niet geheel en al het geval; de fouten in de verdeeling worden bij de reïteratie-methode in sterkere mate opgeheven en wel om de volgende reden:

Onderzoekt men de fouten in de opvolgende deelstrepen van een zuiver verdeelden cirkelrand, zooals die tegenwoordig in de goede werkplaatsen wordt afgeleverd, dan zal mén vinden, dat daarin wel fouten aanwezig zijn, maar dat deze foutenregelmatig toe- en afnemen, waardoor zij elkaar grootendeels •zullen opheffen, als men de aflezingen gelijkelijk langs den geheelen rand verdeelt. Bij de minder zuiver verdeelde cirkelranden hebben de fouten in veel geringere mate dit regelmatig karakter; daar wordt de fout dus beter vernietigd door de repetitie- dan door de reïteratie-methode.

Uit bovenstaande beschouwingen is nu gemakkelijk na te gaan, welke methode men in gegeven omstandigheden zal toepassen. Bij de groote metingen, waar het op de uiterste nauwkeurigheid aankomt, waar men groote theodolieten bezigt met zeer zuiver verdeelde cirkelranden en micrometrische microscopische aflezing, waardoor de fouten in het aflezen zeer klein zijn, daar verdient de reïteratie-methode de voorkeur. Bij de kleinere instrumenten met minder zuiver verdeelden rand en nonius, is de repetitie-methode op hare plaats. Ook bij de kleinere theodolieten met zuiver verdeelden rirkelrand, maar waarop de aflezing met behulp van den nonius geschiedt en dus minder nauwkeurig is, kan die methode nog met vrucht worden toegepast.

Er is nog een andere reden, waarom men bij waarnemingen volgens de repetitie-methode, minder juiste uitkomsten zal verkrijgen. Door het voortdurend in denzelfden zin draaien, ontstaan namelijk kleine fouten, die steeds in denzelfden zin werken en

Sluiten