Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus als constante fouten niet door het repeteeren kunnen verminderd worden. Deze fouten, die tot enkele seconden kunnen opklimmen, zijn een van de voornaamste redenen■, waarom de repetitie-methode voor nauwkeurige metingen zelden meer wordt toegepast.

§ 44. Het meten van verticale hoeken. Indien de theodoliet moet dienen tot het meten van den verticalen hoek, dien de vizierlijn met den horizon maakt, als de kijker op een bepaald punt gericht is, dan moet het instrument, behalve aan de in - § 30 genoenide eischen, nog aan de voorwaarde voldoen, dat de vizierlijn van den kijker, wanneer de noniussen van den verticalen cirkelrand op nul staan, evenwijdig moet zijn aan de richtlijn van het niveau. Is dit het geval, dan zullen in iederen willekeurigen stand van den, kijker, de noniussen den hoek aanwijzen, dien de vizierlijn lop dat' oogënblik met de richtlijn van het niveau maakt. Is de richtlijn van het niveau horizontaal (speelt de bel in), en is de kijker op een bepaald punt P, flg. 56, gericht, dan leest men op den rand den hoek POH af, dien de vizierlijn Met den horizon maakt, d. i. de te meten hoek.

Om met een gerégelden theodoliet een verticalen hoek POH, %. 56, .te méten, gaat men dus als volgt te werk. Na het instrument te hebben opgesteld, op de wijze als hiervoor bij het meten van horizontale hoeken is -behandeld, richt men den kijker met de hand óp het punt P en heft door het aandraaien van de klemschroef Q, flg. 36, de beweging, om de tweede as op. Vervolgens gaat men na of de bel van het niveau inspeelt en doet die zoo noodig, met behulp van eene stelschroef, inspelen, waarna men door middel van de micrometerschroef T flg 36' het kruispunt der draden met het juiste punt P doet samenvallen. De aflezingen van de noniussen geven dan den gevraafrden elevatiehoek POH.

§ 45. Het doorslaan van den kijker. Staan de noniussen bij den evenwijdigen stand van vizierlijn en richtlijn niet op nul, maar bijv. op +p, dan zal men voor alle elevatiehoeken waarden vinden, die den hoek p te groot zijn. Men moet dus aan alle aflezingen de uitdrukking — p als correctie toevoegen. De fout -\-p draagt den naam van index fout, de correctie —p den naam van indexcorrectie.

Door het doorslaan van den kijker is men wederom in staat de fout der regeling, hier de indexfout, te elimineeren. « Laten namelijk in-flg. 57» bij inspelend niveau en bij horizon-

Sluiten