Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaruit volgt:

G—B

Wil men den theodoliet regelen, dan kan dit met behulp van

B -4- G

den thans bekenden elevatiehoek A — — op dezelfde wijze

geschieden, als in de vorige paragraaf is aangegeven.

Op het terrein kan eene overeenkomstige methode ook worden toegepast, zonder gebruik te maken van een hulpinstrument. Daartoe slaat men op het terrein op een niet al te korten afstand van elkaar 2 houten paaltjes P en IJ, fig. 58al', plaatst den theodoliet boven het paaltje P, fig. 58a, en zet boven het paaltje Q eene baak, waarop men een merk heeft aangebracht op eene hoogte a gelijk aan de hoogte van de vizierlijn boven P en bepaalt nu den elevatiehoek, waaronder men dit merk ziet. Vervolgens 'plaatst men, fig. 58b, het instrument boven het paaltje Q, nadat men het merk op de baak in overeenstemming gebracht heeft met de hoogte a' van de vizierlijn boven Q. Richt men thans op dit merk, zoo heeft de vizierlijn blijkbaar dezelfde helling, doch met tegengesteld teeken, als in het eerste geval. De indexfout zal dus, evenals boven, worden aangegeven door het halve verschil van de aflezingen bij beide metingen.

Is het niet mogelijk van een der voorgaande^ methoden, gebruik te maken, dan kan men de noniussen op nul stellen en onderzoeken of de vizierlijn van den kijker nu evenwijdig is aan de richtlijn van het niveau, volgens eene methode, die. later bij het waterpasinstrument (zie Hoofdstuk Waterpasinstrumenten) uitvoerig zal behandeld worden. Blijkt die evenwijdigheid niet te bestaan, dan kan men de kruisdraden met behulp van de schroeven aan het diaphragma zoolang verplaatsen, tot die evenwijdigheid verkregen en het instrument geregeld is. Men kan de evenwijdigheid ook tot stand brengen door middel van de micrometerschroef voor de beweging om de tweede as; heeft men dit gedaan, dan leest men op de noniussen de indexfout af en die grootheid, met het omgekeerde teeken genomen, geeft de indexcorrectie. Wil men de indexfout wegnemen door verplaatsing van de noniussen, dan heeft men deze nu slechts zoo lang te verschuiven, dat zij beide op nul wijzen.

§ 48. Becijfering op den tweeden cirkelrand. Bij bovenstaande beschouwingen is van de onderstelling uitgegaan, dat

Sluiten