Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

de becijfering op den tweeden cirkelrand van twee nulpunten uitgaande, in twee richtingen van 0° tot 90* telt, zooals fig 57">° zulks nader aanwijst. Bij deze wijze van becijfering doen' zich twee omstandigheden voor, die gemakkelijk aanleiding tot fouten geven:

1°. Zijn er dubbele noniussen noodig (§ 10, voorlaatste alinea) waarvan de eene helft dient bij het meten van elevatie en de andere helft bij het meten van depressiehoeken • hierdoor bestaat het gevaar, dat men op de verkeerde • helft van den nonius afleest; 2°. moet meri op het terrein bij eiken gemeten hoek steeds het positieve of het negatieve teeken voegen, om elevatieen depressiehoeken te kunnen onderscheiden Doelmatiger is in dit opzicht de becijfering in fig. 59* voortot360° WaarbiJ' ^ Cirkelrand gaande becijferd is van 0°

zin?90°T97r5e 6tandrVa,n ™ierIijn en richtl«n ™et de afle-

m dien st nd ^ 'l? het geval> maar *»* men in dien stand van den kijker 90° + v of 270° + » af dan is eene mdexfout +p aanwezig, die weer door dubbele meting kon worden geëlimineerd. ■ ö

me? TfT 7*™ fdeneereDde als § ^ * beschreven, ziet men, dat bij de meting van den hoek POH, fig 59' in den eenen stand aan den nonius wordt afgelezen (aan nonius I wanneer twee diametraal staande noniussen zijn aangebracht):'

in den doorgeslagen stand, fig. 59c:

C=270o-fp — A.

Uit deze twee'vergelijkingen volgt door aftrekking:

C—B —j— = W-A

d.w z.: het halve verschil der beide aflezingen geeft de juiste waarde van den zenühhoek onafhankelijk van derindexfout, terwijl **T fer aüezingon constant en gelijk-aan 360° + 2p is Bij het meten van een depressiehoek A' vindt men op gelijke wijze als boven voor de aflezing in den stand van fig 59»:

. B' = 90°+p — A',

in dien van 59°:

a' = 270°+|)-f A'.;

Sluiten