Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nadirhoek, dat is dan evenals bij elevatie een hoek kleiner dan 90°, hetgeen aanleiding kan geven tot vergissingen als boven onder 2° genoemd.

Eene andere eveneens doelmatige becijfering is in tig. 60abc voorgesteld; de randverdeeling is van twee diametraal gelegen nulpunten in de zelfde richting tot 180° becijferd.

Voor een elevatiehoek A leest men in den eenen stand af flg. 60": '

B = p + A,

in den doorgeslagen stand, fig. 60':

C = 180°-f-|) — A.

Uit het halve verschil .

C—B

2 =90°-^,

vindt men den zenühhoek.

Voor een depressiehoek A' zal men vinden in den stand van fig. 60a:

£' = 180° +p — A', in den doorgeslagen stand:

i

C'=p + A';

terwijl:

C' — B' + 360°

2 = 90°+ 4'

weer den zenühhoek geeft.

De som van de twee aflezingen is in beide gevallen 180 -f- 2».

Minder doelmatig is eene becijfering waarbij men van éénnulpunt uitgaande, in twee richtingen tot 180° telt; o. a. wijl hier gebruik moet worden gemaakt van dubbele noniussen.

§ 49. Gewijzigde inrichtingen van het niveau. Niet altijd is het niveau op de in fig. 36 aangegeven wijze met het bóvenstel van den theodoliet verbonden; het kan ook op één der i volgende wijzen zijn aangebracht.

a. Het niveau kan'op de tweede as rusten op de wijze van flg. 52; het meten van verticale hoeken heeft dan op eene eenigszins gewijzigde manier plaats. De regelingsvoorwaardev voor het meten van verticale hoeken wordt dan als volgt:

Sluiten