Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

snede van'twee vlakke spiegels, achtereenvolgens op beide spiegels wordt teruggekaatst, dan zal de tweemaal teruggekaatste lichtstraal m datzelfde vlak liggen ert met den oorspronkelifken lichtstraal een hoek maken gelijk aan het dubbele van den hoek der beide spiegels.

Laat in flg. 64 het vlak van teekening een..vlak zijn, dat rechthoekig staat op de gemeene doorsnede A van de twee spiegels, waarvan de lijnen £ en Cde doorgangen met dat vlak aangeven; laat verder BC een lichtstraal voorstellen, in het vlak van teekening gelegen en invallende' op den spiegel C, dan zal deze lichtstraal, teruggekaatst worden in de richting CB, die in datzelfde vlak gelegen is en met de normaal op den spiegel C een hoek y maakt, gelijk aan den invalshoek van den lichtstraal RC De lichtstraal CB, pp den spiegel B vallende, wordt daar teruggekaatst in de richting BC', die weer gelegen is in 'het vlak van teekening en met de normaal op den spiegel B een hoek (3 maakt, gelijk aan den invalshoek van den lichtstraal CB op dien spiegel. De tweemaal teruggekaatste lichtstraal BC' is dus met den oorspronglijken BC in één vlak gelegen en zal dezen bijgevolg in een punt C' snijden.

De hoek BC'C=a, dien deze twee lichtstralen samen maken is nu juist gelijk aan het dubbele van den hoek BAC=BBG = d van de twee spiegels. In A BCC' toch, is//BCB = 2y buitenhoek en dus gelijk aan /_ BC'C -j- ,/_ CBC' = a-\-2/3 waaruit volgt:

a = 2y — 2(3 = 2 (y — f3).

In A BCD is /_BCc = y buitenhoek en dus geliik aan ZBDC + £ CBD = « + /?, alzoo:

« = y — f3.

Uit deze twee vergelijkingen nu volgt onmiddellijk: a = 2«,

d. w. z.: de hoek tusschen den oorspronkelijken en den dubbel teruggekaatsten lichtstraal is gelijk aan het dubbele van den hoek der twee spiegels.

Plaatst men het oog ergens in de lijn BC', dan zal men het punt B in de richting L zien, en is de spiegel B slechts voor de benedenste helft verfoelied, dan zal men door het bovenste onverfoeliede gedeelte een in L gelegen voorwerp kunnen waarnemen en met het beeld van het voorwerp B zien samenvallen De hoek, dien de spiegels in dat geval samen maken, zal dan

6

Sluiten