Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de alhidade in het hoekpunt komt. Met den kijker door'het onverfoeliede gedeelte van den kimspiegel naar het links gelegene voorwerp L, fig. 64, ziende, zal men, tegelijkertijd, in het verfoeliede gedeelte van dien spiegel verschillende voorwerpen door dubbele terugkaatsing waarnemen; verder den grooten spiegel met behulp van de alhidade bewegende, zal men eindelijk ook het beeld van het tweede of rechts gelegen voorwerp R in het verfoeliede gedeelte van den kleinen spiegel te zien krijgen. Is dit beeld eindelijk tot dicht bij het direct geziene linkervoorwerp gekomen, dan zet men de klemschroef G vast en draait daarna zoolang aan de schroef H voor de fijne beweging, totdat het dubbel teruggekaatste beeld van het rechtervoorwerp zoogenaamd samenvalt met het direct geziene linkervoorwerp. Voor het duidelijk waarnemen dier samenvalling is het noodig, dat de beide beelden ongeveer even helder zijn. Mocht dit niet het geval zijn, dan kan zulks verholpen worden door het op' en neer bewegen van den kijker door draaiing' aan den geranden kop l (§ 52).

Maakt men bij het waarnemen geen gebruik van een kijker, zoo moeten de beide punten juist op de grens van het verfoeliede en niet-verfoeliede gedeelte van den kleinen spiegel gebracht worden.

Leest men nü op den cirkelrand den hoek af, dien de twee spiegels onderling maken, dan is volgens § 51 de hoek tusschen de lichtstralen, die van beide voorwerpen komen, het dubbele hiervan. Daar echter op den rand de halve graden als heele graden zijn aangeteekend, zoo leest men onmiddellijk het dubbele van dén boek der twee spiegels, dat is dus de gevraagde hoek, af.

Op deze wijze kan men met de sextant alle hoeken meten van 0° tot 130°; voor grootere hoeken zouden de lichtstralen onder te scherpe hoeken op den grooten spiegel invallen, tengevolge waarvan de beelden onduidelijk en weinig helder zouden worden; om deze reden wordt de rand niet grooter dan 65° a 75" gemaakt.

§ 54. Indexcorrectie. Opdat de hoek, dien men op den cirkelrand afleest, werkelijk het dubbele zij van den hoek der spiegels, moet het nulpunt zoodanig geplaatst zijn, dat, als de spiegels evenwijdig zijn, de nonius op nul staat. Is hieraan niet .voldaan, dan ontstaat eene fout, die den naam- draagt van indexfout.

Om de evenwijdigheid der twee spiegels te onderzoeken, stelt men dén nonius op nul en richt vervolgens op eene ster of een

Sluiten