Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behalve de indexcorrectie nog eene tweede correctie worden aangebracht.

Zij bijv. de hoek LGB=G, flg. 68, te nieten, dan plaatst men de sextant met het middelpunt van den cirkelrand in het punt G. Op die wijze meet men echter den hoek tusschen de lichtstralen C'L en G'B, dat is dus hoek LG'B = G'. Daar nu de te meten hoek C buitenhoek is van den driehoek LG'G, zoo is deze gelijk aan de som van de hoeken bij G' en bij L waaruit volgt: '

G=G'-\-L.

Hebben wij eindelijk op den cirkelrand afgelezen een hoek A, dan is C' = A + 5, zoodat wij voor den ge vraagden hoek vinden:

C=A+S Jf-L.

Is nu de afstand van het punt G tot aan de lijn BG', dat is de afstand van het midden van den grooten spiegel tot aan de as van den kijker, gelijk aan d', en de afstand van het linkervoorwerp gelijk aan D, dan is L, in seconden uitgedrukt, gelijk aan:

d 206265" D '

of als wij d 206265" doorV voorstellen, gelijk aan waardoor de juiste waarde van den hoek wordt:

C=:A4-S4-~.

D

Aan de aflezing op den cirkelrand moeten dus twee correcties worden aangebracht: de indexcorrecties S en de spiegelparallax —.

De in deze laatste uitdrukking voorkomende grootheid d" is eene constante van het instrument, die eens voor altijd kan bepaald worden, terwijl de grootheid D voor ieder punt op het terrein op.de eene of andere wijze moet bepaald worden.

Ter bepaling van d" laat men een zeer dichtbij (bijv. op een afstand van 2 a 4 meter) gelegen voorwerp, met zijn dubbel teruggekaatst beeld samenvallen. Bij voorkeur zal men hierbij de sextant op een tafel plaatsen en als voorwerp kiezen eene verticale lijn geteekend op een strookje papier, dat tegen den muur kan worden bevestigd; het midden van den spiegel (het midden van het pootje onder den spiegel) wordt nauwkeurig op

Sluiten