Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat men dan het direct geziene beeld van het links gelegen voorwerp met zijn dubbel teruggekaatst beeld samenvallenf en leest men daarbij A' af, dan is, omdat men een hoek van ml graden meet:

-r -r D waaruit door aftrekking volgt:

C=A — A'.

Deze methode, waarbij de invloeden van indexfout en spiegelparallax direct geëlimineerd worden, is altijd toe te passen; zij staat echter bij de eerst behandelde methode verre achter,-omdat de waarneming van de samenvalling van een eenigszins verwijderd voorwerp met zijn eigen beeld altijd minder nauwkeurig is Zoodra dus de grootheden S, d" en D bekend zijn, of de gelegenheid bestaat die te bepalen, zal men liefst de eerste methode toepassen en alleen zijne toevlucht tot de laatste nemen, als een dier grootheden onbekend is.

§ 56. Opstelling. Daar de sextant bij het gebruik vrij in de hand wordt gehouden, zoo kan van eene opstelling van het instrument in den eigenlijken zin van het woord geen sprake zijn; men moet bij de meting er echter voor zorgen, dat het middelpunt van den rand ligge in het hoekpunt van den te meten hoek en verder dat de samenvalling zóóveel mogelijk in het midden van het gezichtsveld van den kijker worde waargenomen.

In § 51 hebben wij namelijk gezien, dat de op den grooten spiegel invallende lichtstraal, evenals de dubbel teruggekaatste en dus ook de lichtstraal, die van het direct geziene voorwerp komt, gelegen moet zijn in een vlak, rechthoekig op de gemeene doorsnede van de twee spiegels. Aan deze voorwaarde nu is voldaan, als wij bij eene goed geregelde sextant de samenvalling zien plaats hebben in het midden van het gezichtsveld, zoodat de lichtstralen volgens de as van den kijker invallen. Ziet men daarentegen de samenvallende beelden hooger of lager in het gezichtsveld, dan is niet meer aan die voorwaarde voldaan en men begaat eene fout. Daar deze fout echter bij eene geringe uitwijking uit het midden van het gezichtsveld, vooral bij het meten van niet al te groote hoeken, zeer klein is, zoo behoeft men niet angstvallig de beelden bij de waarneming van de samenvalling in het midden te brengen; bij het meten van

Sluiten