Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richten, nadat eerst de stand van den grooten spiegel geregeldis, door na te gaan of deze door draaiing van de alhidade evenwijdig aan den kleinen spiegel kan gebracht worden; want aangezien dan beidé evenwijdig zijn, zal, als de eene rechthoekig op den rand staat, de andere dit ook doem

Van de evenwijdigheid der beide spiegels overtuigt men zich door op eene ster of een ander ver verwijderd voorwerp, bijv. een kerktoren, te richten en te zien of het direct geziene beeld door het dubbel teruggekaatste juist bedekt wordt; heeft dit plaats, dan zijn beide spiegels evenwijdig. Ziet men echter het dubbel teruggekaatste beeld A lager, flg. 73a (met kijker ziende) of flg. 73b (zonder kijker ziende) of wel hooger dan het direct geziene beeld B, dan is dit een bewijs, dat de kleine spiegel ten opzichte van den grooten spiegel in het eerste geval achterover, in het laatste geval voorover helt.

Het onderzoek en de regeling hebben dus als volgt plaats: men richt door den kijker en het onverfoeliede gedeelte, van den kleinen spiegel op het ver verwijderd voorwerp, en draait de alhidade zoolang, tot het dubbel teruggekaatste beeld zich ook in het gezichtsveld vertoont. Kan men nu door draaiing van de alhidade de samenvalling bewerkstelligen, dan heeft de kleine spiegel den goeden stand; zoo niet, dan brengt men het dubbel 'teruggekaatste beeld door draaiing van-de alhidade zoo dicht mogelijk onder of boven het direct geziene beeld, fig. 73ab, en doet vervolgens de samenvalling plaats hebben door de helling van den spiegel te veranderen met behulp van het daartoe aangebrachte correctieschroefje (het schroefje b, bij de in flg. 65ab afgebeelde sextant).

Voor deze regeling is het strikt genomen niet noodig, een zeer ver verwijderd voorwerp te nemen. Neemt men een dichterbij gelegen voorwerp, dan zijn bij de samenvalling van beeld en voorwerp beide spiegels wel niet evenwijdig, maar hunne gemeene doorsnede staat, als de groote spiegel goed geregeld is, loodrecht op het vlak van den rand, waaruit volgt, dat ook de kleine spiegel den juisten stand ten opzichte van den rand heeft.

§ 60. Regeling van den kijker. Zooals in § 52 reeds is opgemerkt, is in den kijker, die bij de sextant gebruikt wordt, geen vizierlijn aanwezig, dewijl men bij het meten niet noodig heeft op een bepaald punt te richten, maar slechts de samenvalling van twee beelden heeft waar te nemen. Waar dit nu in het gezichtsveld van den kijker plaats heeft, is betrekkelijk

Sluiten