Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de beide spiegels dubbel teruggekaatste beeld van het voorwerp samenvallen met het eerstgenoemde beeld. Ligt het voorwerp veraf, dan is de gemeten hoek het dubbele van den elevatiehoek.

Zij nl. AB, fig. 76, het spjegelend-oppervlak, CD een daarop invallende\lichtstraal, waarvan de helling « moet bepaald worden en komende van een verafgelegen voorwerp, bijv. eene ster S, dan zal de lichtstraal in de richting DE worden teruggekaatst, zoodanig, dat /_EDA = /_CDB = a is. Deze teruggekaatste lichtstraal maakt met den door de sextantspieg^ls dubbel teruggekaatsten lichtstraal GE, welke evenals CD van de ster komt en dus evenwijdig aan CD loopt, een hoek 2«, want uit de figuur bhjkt:

GEF= CDF= CDB + BDF= CDB + EDA = 2 CDB = 2<x.

Is het voorwerp; vanwaar de lichtstralen uitgaan, dichtbij gelegen, dan is de gemeten hoek niet gelijk aan het dubbele van den hellihgshoek; om dezen te vinden, moet eene kleine correctie worden aangebracht. Zij AB, fig. 77, weder de horizontale spiegel, zij verder C het punt, vanwaar de twee lichtstralen uitgaan, waarvan de eene CE direct op de sextant invalt, terwijl de andere CD eerst op den spiegel valt en volgens DE teruggekaatst zijnde, in de sextant komt, dan meet.men met behulp van de sextant den hoek GED = «, terwijl gevraagd is de hoek CDB - B.

- Daar hoek CDF=2 CDB =2 3 buitenhoek van driehoek EDC is, zoo is:

2/S = « + C, 1 of: /3=l«-f-iC.

De aan te brengen correctie is dus de helft van den hoek jn ft Ter bepaling van dezen hoek moeten wij de hoogte van het punt E boven den spiegel kennen, stel deze o, en den horizontalen afstand van het punt C tot den-spiegel, zij déze b (de afstand b is in den regel zeer groot vergeleken met o). Uit dea driehoek EDC volgt dan:

ï?n fa b \ . a cos 3 .

a^r,— —sinCED=l——:—^\sinx=^—-^~^sinar, 8mv—I)C8in^L> b sin3

of, als wij voor den nonius van den kleinen hoek C den boog schrijven en |3 door de benaderde waarde f* vervangen:

C= - — i g t2 sin 1 * cos i «,= 2 cos» |«, b sin { 9

Sluiten