Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G, do voetplaat B van de züil I) bevestigd. Op deze zuil zijn - twee armen GG' aangebracht, waaraan zich de pannen van de as MN bevinden; een dezer armen is zoo ingericht, dat door middel der correctieschroeven H de as MN evenwijdig gesteld kan worden aan den onderkant van de liniaal. Aan de as MN is eindelijk de kijker 0 verbonden, waarvan de vizierlijn recht• hoekig staat op de as MN, zoodat die vizierlijn, bij draaiing van den kijker om die as, een plat'viziervlak beschrijft, rechthoekig op dén onderkant van de liniaal. Bij sommige vizierlinialen zijn nog correctieschroeven aangebracht, om dit viziervlak evenwijdig aan den zijkant van de liniaal en dus de as MN loodrecht óp dien zijkant te plaatsen.

Tot het meten der verticale hoeken is aan de as MN nog een' cirkelrand Q bevestigd, waarop de hoeken met behulp van den klepnonius B worden afgelezen. Aan de andere zijde der as bevindt zich nog de inrichting voor vastklemming K en de micrometerschroef L voor de fijne beweging.

§ 68. Opstelling. Bij het werken met het planchet moet dit aan de drie volgende voorwaarden van opstelling voldoen:

1°. Het punt van het planchet, dat het punt van het terrein voorstelt, van waaruit men zal gaan meten, moet in de | verticaal van dit punt gelegen zrjn.

2°, • Het bovenvlak van het planchet moet hqrizontaal zijn.

3°. Het planchet moet georiënteerd zijn, d.w.z. de lijnen, die reeds op het planchet getrokken zijn, moeten evenwijdig loopen aan de overeenkomstige lijnen op het tefrein.

Aan de eerste voorwaarde wordt voldaan door het verzetten van den drievoet, of indien het planchet slechts weinig behoeft verplaatst te worden, door dit op den drievoet te verschuiven. Het onderzoek, of aan die voorwaarde voldaan is, heeft plaats met behulp van het schietlood, dat men op het oog genoegzaam nauwkéurig onder het punt van het planchet kan houden, dat men op het terrein moet projecteeren. Wordt grootere nauwkeurigheid vereischt, hetgeen echter zelden het geval zal zijn, dan kan men gebruik maken van den haak ABCD, fig. 85. Den eenen arm AB van dien haak legt men op het planchet met de punt A bij het punt, dat men op het terrein moet projecteeren , het aan den anderen arm in D opgehangen schietlood zal dan de projectie van dat punt op het terrein aangeven. De haak moe.t natuurlijk zoo zijn ingericht, dat de lijn AD rechthoekig staat op den onderkant van den arm AB; of hieraan voldaan is, kan gemakkelijk nagegaan worden, door den haak

Sluiten