Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar geleidelijk, on neemt hier te lande ongeveer met 27" per. KM.'af; als wij ons naar het Oosten en met 6" per KM., als wij ons naar hot Zuiden verplaatsen.

Niet alleen heeft de declinatie der magneetnaald voor elke plaats op aarde eene verschillende waarde, maar zij ondergaat op eene zelfde plaats voortdurend verandering; deze veranderingen kunnen worden verdeeld in regelmatige en onregelmatige.

De regelmatige veranderingen dragen naar gelang der tijdruimte, waarin zij plaats hebben, den naam van seculaire of van dagelijksche veranderingen; de onregelmatige veranderingen worden ook wel storingen genoemd.

Ten gevolge van de seculaire verapdering beschrijft voor eene bepaalde, plaats de magneetnaald ten opzichte van den geographischen meridiaan eene voortdurende, zeer langzame slingering, waarvoor zij eene groote tijdruimte noodig heeft, die bij eeuwen geteld wordt. Zoo was in het midden der 16de eeuw de declinatie hier te lande oostelijk, nam gaandeweg af, tot zij ongeveer in het midden der 17do eeuw nul en vervolgens westelijk werd. Na in westelijken zin tot het begin der 19de eeuw te zijn toegenomen en een maximum van ongeveer 22° bereikt te hebben, is zij Weer aan het afnemen, bedroeg in 1911 ongeveer 12°50' en vermindert nog jaarlijks met ongeveer 8'. Te Batavia was in 1911 de declinatie oostelijk en bedroeg 0°44', de jaarlijksche vermindering is ongeveer 2'.

Daar de metingen met.de boussole zich meestal slechts over een klein terrein uitstrekken en in betrekkelijk korten, tijd zijn afgeloopen, zoo heeft zoowel de declinatieverandering, die een gevolg is van de verplaatsing der boussole, als de seculaire verandering weinig of geen invloed op de nauwkeurigheid der, meting. Die veranderingen kunnen echter gemakkelijk in rekening gebracht worden, waar het geldt het bepalen van het ware azimuth, door de declinatiè te gebruiken voor de plaats waar, en den tijd waarop de metingen verricht zijn. ;

Van meer belang is de dagelijksche verandering van de declinatie. Van 's ochtends 7 a 8 uur af neemt hier te lande de westelijke declinatie van de magneetnaald snel toe, tot zij in den namiddag omstreeks 1 a 2 uur haar maximum bereikt, om dan weer af te nemen, eerst vrij snel tot 6 a 7 uur 's avonds en dan langzamer den geheelen nacht door tot 's ochtends 7 a 8 uur (daarbij ongeveer 11 uur 's avonds een secundair minimum en ongeveer 3 uur 's nachts een secundair maximum vertoonehd), waarop de naald weer opnieuw- hare beweging in westelijke richting begint. Deze beweging, die zich hier te lande in den

Sluiten