Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

palen het magnetische azimuth van de lijn AB flg 79 _ dat is de hoek MAB, dien de lijn AB met de richting AM 'van de magneetnaald maakt - dan plaatsen wij de boussole met haar middelpunt boven het punt A en richten de lijn 180°-0° met behulp van de vizierinrichting op het punt B; het is duidelijk dat wij dan op den rand bij het noordeinde N van de naald den gevraagden hoek zullen aflezen.

nJ,elf fm*n *et azimuth uit ^t Noorden langs het Oosten naar het Zuiden enz., dus in de richting, waarin de wijzers van het horloge bewegen, dan moet de becijfering op dén rand zooals zulks in flg. 78 is, voorgesteld, in tegengestelde richting' plaats hebben. 8

pfRetfime7oniet h6t ma^etische, maar het ware azimuth PAB fig. 79, van de lijn hebben, dan moet men van het aldus gevonden magnetische azimuth de loestelijke declinatie PAM der magneetnaald aftrekken.

Daar de rand slechts verdeeld is in heele en halve graden en men bij de punt der naald moet aflezen, zoo kan men het in die aflezing moeielijk verder brengen dan tot ongeveer 10' eene nauwkeurigheid geheel in overeenstemming'met de door andere .oorzaken begrensde nauwkeurigheid. Eene ingewikkelde inrichting om nauwkeuriger aflezing te verkrijgen zou dan ook geheel doelloos zijn. s

Bij het aflezen dient men zich echter onafhankelijk te maken van de parallax, door zich in het verlengde van de naald te plaatsen, en van de excentriciteit der naald, door ook bij de Zuidpunt af te lezen. Vermeerdert of vermindert men deze ' laatste aflezing met 180°, dan verkrijgt men eveneens het azimuth en door dan het gemiddeldé te nemen tusschen dit en 1dt,N°0rdpUnt afSelezene, verkrijgt men de uitkomst, onafhankelijk van de fout van de excentriciteit.

Zeer dikwijls treft men, boussoles aan, waarbij, zooals in flg. 80 is voorgesteld, de vizierinrichting op zij van de doos is

midSZi n flaatSt,men eene Olijke boussole met haar middelpunt 0 boven het punt A, dan zal men bij het bepalen van het azimuth van AB eene fout maken, die echter des te ïïfïf w Z1JD' naarmate het Pünt B verderaf gelegen is. Mocht het punt B zoo dichtbij gelegen zijn, dat die fout te giootzou worden, dan kan men haar verhelpen, door niet het middelpunt van de boussole, maar de vizierinrichting boven het punt A te brengen, zooals in de figuur is aangegeven. Men leest in dat geval het azimuth MOO van de aan I/evenwholge lijn OC, die de punten 180° en 0° van den rand verbindt af-

Sluiten