Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

h de boussole van een kijker voorzien, die om eene tweede as kan draaien, dan moet de boussole aan dezelfde eischen voldoen die w« vroeger aan den theodoliet gesteld, hebben. Het onderzoek heeft op overeenkomstige wijze plaats

Strikt genomen zou bij beide inrichtingen het viziervlak tevens moeten gaan door de lijn 18p°-0° of minstens daaraan evenwijdig moeten loopen, terwijl de magnetische as van de maeneetnaald zou moeten samenvallen met hare meetkunstige' as Eene afwijking hieromtrent is echter in vele gevallen niet hin-' derlijk en in.de overige gevallen gemakkelijk in rekening te .brengen. Is die fout namelijk aanwezig, dan komt in ieder azimuth dat men meet, dezelfde fout, voor, hetgeen daarmede overeenkomt dat men meet ten opzichte van eene andere vaste lijn, die met den magnetischen meridiaan een vasten hoek maakt, gelijk aan de bedoelde fout. Is het ons dus alleen te doen om de azimuthen ten opzichte van eene willekeurige lijn te meten dan heeft die fout in het geheel geen invloed f en is het ons te doen om het ware azimuth te bepalen, dan moeten wij slechts in plaats van de declinatie der magneetnaald de zoogenaamde declinatie van de boussole nemen, dat is de hoek dien het viziervlak met den waren meridiaan maakt, als dé

™ Z Til^ De deCliDatie kUMen w«' voor de Plaats waar en den tijd waarop de meting geschiedt, gemakkelijk vinden, door met de boussole het azimuth te bepalen van eene lijn, waarvan het ware azimuth bekend is; het verschil tusschen die twee is de gevraagde declinatie. Is op het terrein geen Jijn met bekend azimuth gegeven, dan moet men eerst langs astronomischen weg het azimuth van eene lijn of de richting van den meridiaan bepalen. (Zie § 118 en volg.)

§ 76 Opstelling van de boussole. Bij het gebruik van de boussole moet men er voor zorgen, dat zich geen ijzerdeelen in de nabijhe d bevinden, die aan de magneetnaald eene^ afwijking zouden kunnen geven. Zoo moet men vermijden, ijzeren

IZTÏZ VenfZa? mede te voeren> den meetketting of andere ijzeren'meetinstrumenten; te dicht bij de boussole te brengens tijdens het aflezen en de boussole in de nabijheid van ijzeren voorwerpen, zooals ijzeren bruggen W, te bezigen

Verder moet bet midden van het instrument gebracht worden in de verticaal van het punt, waaruit men moet meten, (tenzq de viziennnchting excentrisch is en niet kan doorslaan) én moet de as verticaal staan. Het eerste onderzoekt men met het schietlood, het tweede met behulp van het niveau

Sluiten