Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van beteekenis, dan is de invloed daarvan op den loop vail de lichtstralen in een prisma vrij belangrijk. Zonder hier in nadere details te treden omtrent het onderzoek naar eii de bepaling van de kromming der zijvlakken, zij medegedeeld, dat de invloed van de kromming van een, zijvlak des te grooter is naarmate de invalshoek waaronder een lichtstraal dit vlak treft grooter is, terwijl eventueele kromming kan worden geconstateerd o. a. door een kijker te stellen voor een eenigszins vergelegen voorwerp en daarna in dien kijker de lichtstralen op te vangen van het zelfde voorwerp, nadat de1 lichtstralen op éen of meer vlakken van het prisma zijn teruggekaatst. Is het beeld van het voorwerp scherp te zien, dan is er geen kromming of is de kromming van weinig beteekenis; moet men, om scherp te kunnen zien, de oculair-buis in- of uitschuiven, dan is er kromming aanwezig.

De kromming van een rechthoekszijde -bijv. kan o. a.' worden onderzocht door het op die rechthoekszijde enkel teruggekaatste licht van een voorwerp, waarop do kijker vooraf scherp is ingesteld, in den kijker op te vangen; moet nu de oculair-buis worden afgeschoven om scherp te stellen, dan is die rechthoekszijde bol. De kromming van de hypothenusa kan met vrij groote zekerheid worden onderzocht door lichtstralen, die op een rechthoekszijde ongeveer loodrecht invallen, op de hypothenusa te, laten terugkaatsen en bij de andere rechthoekszijde ongeveervolgens de normaal te laten uittreden; moet'een op boven besproken wijze gestélde kijker worden ^geschoven om nu scherp te kunnen zien ï dan is de hypothenusa .van de buitenzijde gezien hol., •

Sluiten