Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEETLATTEN, MEETBAND, MEETKETTING.

§ 84. Het meten van afstanden. Tot het meten van afstanden maakt men bij het landmeten van tweeërlei soorten van instrumenton gebruik. De te bepalen afstand wordt namelijk met een instrument van bekende afmetingen direct gemeten, of wel hii Wordt op indirecte wijze gevonden als een van de zijden van een driehoek, waarvan door directe meting eene andere zijde en twee hoeken gevonden zijn. Met de eerste soort van instrumenten, waartoe de meetlatten, de meetband en de meetkettihg behooren wordt de te meten afstand geheel doorloopen; de andere dié meer bijzonder den naam van afstandmeters dragen, worden slechts op de uiteinden gebezigd.

De afstanden, zooals men die bij het landmeten noodig heeft z«n bijna uitsluitend de horizontale afstanden, dat zijn de af'

£S «' £ ^ h°riZOntele Vlak gelegen of daa™P ^projecteerd zijn. Zijn dus de twee punten, waartusschen de afstand

to25,3n^hn^?^rtMBe h00gte gelegen'dan moet men

den afstand toch in horizontalen zin meten, van het eene punt tot aan de verticaal van het andere.

dp? hf1 °? ^ 6611 °f and6re reden wenschelijk of noodzakelijk, den afetand in schuine richting te meten, dan moet men uit dien schuinen afstand den horizontalen afstand berekenen- men moet den schuinen afstand tot den horizon herleiden. Maakt de schuine afstand L met zijne horizontale projectie een hoek ; dan is dei horizontale afstand L cos «, waarvoor wij ook kunnen TT»?* L^ -\sin2^h zoodat van den gevonden afstand L de waarde 2W i « moet worden afgetrokken. Is niet de helhngshoek van den gemeten afstand, maar het hoogteverschil fc.van beide uiteinden bekend, dan wordt de horizontale af-

WÊ£ 8

Sluiten