Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de richting van den te meten afstand, brengt het handvat bij den grond en steekt door de uitholling in het handvat eene pen verticaal in den grond. Na het handvat van de pen afgenomen te hebben, sleept hij den band voort, terwijl de man, die achter aan den band is, volgt tot hij bij de pen gekomen is. Deze legt nu zijn handvat om de pen, terwijl de bandsleeper den band weer recht en in de richting strekt en het uiteinde door eene pen aangeeft. Bij het verder meten neemt de man, ' diö zich achter bij den band bevindt, telkens de gebruikte pennen mede, zoodat uit hun aantal dat der uitgemeten banden elk oogenblik kan worden nagegaan. Is men bij het eindpuntvan den te meten afstand gekomen, dan geeft het aantal pennen bij het achtereinde van den band het aantal malen aan, dat men twintig meter heeft afgemeten, terwijl de geheele meters en de decimeters op den band worden afgeteld. Is de te méten afstand langer dan 12 (resp. 7) banden, dan v worden, zoodra de bandsleeper de llde (resp. 6de) pen heeft uitgezet, hem de 10 (resp. 6) overige pennen, die zich achter bij den band bevinden en een rond aantal van 200 (resp. 100) meter voorstellen, overgegeven; doordat men 11 (resp. 6) pennen heeft, blijft bij dat overgeven altijd eene pen in den grond, om het uiteinde van den band nauwkeurig aan te geven.

§ 88. De band moet natuurlijk de juiste lengte hebben; heeft een band eenmaal de juiste lengte en wordt hij met zorg behandeld, dan zal hij geen voor de practijk hinderlijke lengteverandering ondergaan. Men kan de lengte op de volgende wijze controleeren. Men spant den band op een vlak terrein met behulp van twee meetpennen uit en legt daarnaast ter vergelijking vier vijfmeterlatten. De afwijking, die hierbij .gevonden wordt, kan dan, waar. zulks noodig is, in rekening gebracht worden.

Evenals met de meetlatten, moet ook met den meetband stëéds in horizontalen zin gemeten worden; kan men daarbij den band niet op den grond leggen, dan moet men het uiteinde van den band daarop overbrengen, door de meetpen goed verticaal in den grond te steken. Is de hoogte daarvoor te groot, dan laat men de pen onder het uiteinde verticaal hangen en dan naar omlaag vallen, in welk geval zij op het terrein de projectie van het uiteinde van den band zal aangeven. Is het terrein zoo ongelijk, dat de band over het grootste gedeelte van zijne lengte vrij komt te hangen, dan is het wenschelijk, een kprteren band of slechts een deel van den band

Sluiten