Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het diaphragma aan de kruisdraden A en B, flg. 109, nog twee andere draden G en D, evenwijdig aan den horizontalen draad toe te voegen. De groote eenvoudigheid dezer inrichting, die meestal naar Reichenbagh of ook wel draden-afstandmeier genoemd wordt, is oorzaak, dat zij bij het landmeten tegenwoordig meer en meer gebruikt wordt.

De baak, waarop de basis BG wordt afgelezen, is de gewone zelfleesbaak, fig. 178 en^ 179, die in Hoofdstuk XX: Waterpasinstrument, uitvoeriger ter sprake koflat.

Bij voorkeur wordt deze afstandmeter gebruikt bij horizontalen stand der vizierlijn, waarbij dan geen andere hulpmiddelen als de genoemde noodig zijn. Wil men met het instrument echter ook horizontale afstanden meten bij hellenden stand' der vizierlijp, zoo moet aan den kijker, evenals bij den theodoliet, een verticale cirkelrand worden aangebracht, met behulp waarvan de elevatiehoek der vizierlijn kan worden bepaald.

§ 91. Het meten van afstanden bjj horizontale vizierlijn.

Laten M en N, fig. 110, de puhten zijn, waarvan de horizontale afstand D bepaald moet worden, dan plaatst men de baak MH in het eene punt, het instrument met de as, waarom de kijker kan draaien, boven het tweede punt en richt den kijker op de baak.

Veronderstellen wij nu eerst, dat de vizierlijn ABE, door het optisch middelpunt B van het objectief en het kruispunt van den verticalen en den middelsten draad A bepaald, daarbij horizontaal komt en laten dan G en D de beide andere horizontale draden voorstellen.

Is de kijker op de baak gericht en zuiver daarop ingesteld, dan zal men twee punten G en H van de baak zien samenvallen met de twee horizontale draden Cen J; leest men dus bij die twee punten op de baak af, d. i. bepaalt men de afstanden MG en MH, dan vindt men, door die twee van elkaar af te trekken, de lengte GH= h, die als basis moet dienen bij het bepalen van den afstand. Om die punten G en H op de baak te vinden, hebben wij slechts den loop van twee lichtstralen na te gaan, waarvan de eene uit C, de andere uit D komt. Van al de lichtstralen, die wij hiertoe kunnen kiezen, zijn de * stralen.CZ en DL, evenwijdig met AB, de meest doelmatige'; deze worden door het objectief zóódanig gebroken, dat zij door het buitenbrandpunt F gaan en verlengd zijnde, de baak in de bedoelde punten G en Pt snijden. De driehoek FGH heeft 1 nu een voor alle afstanden constanten tophoek — vfent die hoek

Sluiten