Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is tevens^ de tophoek van den gelijkbeenigen driehoek KLF, die eene constante basis en eene constante hoogte heeft — en dus is dé horizontale afstand FE evenredig met GH=h, zoodat wij FE=*=Ah mogen stellen. Voegen wij hierbij den afstand F0=*F-\- G = B, dan vinden wij voor den afstand MN—D bij horizontale vizierlijn:

D — Ah + 5,

waarin A en B twee constanten zijn, die afhangen van de afmetingen van het instrument en dus voor ieder instrument afzonderlijk moeten bepaald worden. Wat de constante B aangaat, daarvan is de waarde boven reeds gebleken; en wat A betreft, de beteekenis daarvan voor het instrument kunnen wij gemakkelijk uit de gelijkvormige driehoeken FGH en FKL vinden; de eerste heeft tot basis h, tot hoogte Ah, de tweede tot basis KL — CD = d,, den afstand der draden, en tot hoogte den brandpuntsafstand BF—F; daaruit volgt dus:

hoogte Ah F f. basis h d

of:

... ■ , '$&

% 02. Het meten van afstanden bjj hellende vizierlijn. Is

de vizierlijn, gaande door B en den middelsten draad, niet horizontaal, maar maakt zij met den horizon een hoek <*, die op den daartoe aanwezigen cirkelrand wordt afgelezen, dan moet bovenstaande formule eene kleine wijziging ondergaan. Zij OFE, flg. 111, die vizierlijn, F het buitenbrandpunt, en zijn FG en FHde lichtstralen, die, van de twee andere draden komende, naar dat buitenbrandpunt gebroken worden, dan is GH=h de afstand, die op die baak wordt afgelezen. Trekken-wij nu in E, eene lijn G'H' rechthoekig op FE, dan is volgens bovenstaande formule de schiüne afstand OE gelijk aan Ah' -j- B, als G'H' = h' gesteld wordt.

Aangezien nu hoek HEH' = GEG' = « is en de hoeken HH'E en GG'E weinig van een rechten hoek verschillen (doordat de hoeken HFE en GFE altijd zeer klein zijn), zoo mogen wij voor H'E en G'E respectievelijk schrijven: HE cos» en GE'cos a, en dus is h' = G'H' = GHcos* — hoos*, waardoor de uitdrukking voor den schuinen afstand OE overgaat in: Ahcos<x-\-B.

Sluiten